only for white
Zo komt de ziel voor de tweede maal in een lichaam van de zevende stoffelijke graad en beleeft nu talloze levens om zich met alle andere zielen in harmonie te brengen. Dit brengt haar opnieuw naar vele volkeren en rassen, naar alle uithoeken van de aarde. De ziel reïncarneert de ene keer in een rijk milieu, de andere keer als bedelaar. De ene maal in een hoge sociale en maatschappelijke positie, de volgende maal helemaal onderaan in de maatschappij. De ene maal in een blank, de andere maal in een donker lichaam. Intussen geven wij de lezing over de 'Reïncarnatie' en spreekt men erover. Jeus wordt door de zwartjes gekust omdat hij voor hun levens vecht, omdat wij tegen de blanken zeggen, verbeeldt u zich maar niets, straks behoort u zelf weer tot de duistere rassoorten op aarde, omdat gij goed hebt te maken. Bij die zwartjes daar, zitten doktoren, ze kopen boeken, ze gaan weg en ze willen geheel Harlem tot hem brengen, indien hij meer van deze lezingen geeft.
In bovenstaand citaat bedoelt meester Zelanus met 'duister' donker en met 'zwartjes' de Amerikaanse negers. Hij geeft aan dat alle zielen reïncarneren om goed te maken, en dat de zielen die nu in een blank lichaam leven in een volgend leven in een 'zwart' of een andersgekleurd lichaam uit de latere graden kunnen terugkeren. Jeus van Moeder Crisje deel 3 p. 402
Eind jaren veertig van de vorige eeuw werden alle mensen met een donkere huidskleur door veel blanken over één kam geschoren. Het was in een tijd waarin veel filosofen, metafysici, schrijvers en geleerden de negers lager op de evolutionaire ladder plaatsten dan zij, als blanken, naar hun oordeel stonden. Jeus (Jozef Rulof) vocht tegen deze discriminatie, hij pleitte voor respect en gelijke behandeling. Voor hem, en de meesters, is iedere ziel uniek en in essentie gelijkwaardig. Het is de mens die veel verschillen bedenkt en hiermee discrimineert.
Die kleur bijvoorbeeld, onze blanke raskleur is een mooi kleurtje, maar dat zegt nog niets ten opzichte van het bewustzijn van de mens. Je hebt zwarte kleuren en bruine kleuren. En je hebt zwarte mensen en bruine mensen, die zijn vele malen, honderdduizendmaal verder dan wij; die zijn er toch ook. Je hebt negers, daar kunnen wij ons hoofd voor buigen, zo krachtig en machtig zijn ze. Dus dat zegt: de innerlijke mens straalt, bezit licht, uiterlijk en innerlijk, maar het hoofdzakelijke is wel het innerlijke - dat u bedoelt - en dan komen wij tot de uitstraling van de mens. Wij staan nu voor de levensfluïde.
Jozef Rulof maakt duidelijk dat het niet om een huidskleur gaat, maar om de innerlijke mens. Aan het gedrag, het bewustzijn, de graad van liefde voor al het leven herkent men de afstemming van de ziel, niet aan het uiterlijk. De meesters geven aan dat onze geestelijke evolutie vereist dat we onze stoffelijke zienswijze loslaten en gaan kijken met innerlijke geestelijke ogen. Als die ogen liefde uitstralen, komen we verder en in harmonie met al het leven. Tenminste als we naar die universele liefde handelen. Vraag en Antwoord deel 2 p. 240-241
Eind jaren veertig worstelde de westerse samenleving ernstig met de 'huidskleuren'. De Amerikaanse maatschappij bijvoorbeeld deelde de openbare ruimten op in 'only for white' en 'only for black'. Wanneer de beide huidtypes niet gescheiden werden, riskeerde men onrust en vechtpartijen. Hoewel de blanke officieel al sprak over gelijke behandeling, was dat in de praktijk meestal ver te zoeken.
De meesters zonden Jozef Rulof in die tijd naar Amerika om ook daar hun boodschap van universele liefde en harmonie te brengen. Jozef heeft aan den lijve ondervonden dat die geestelijk-wetenschappelijke verklaringen over de gelijkwaardigheid van alle mensen nog hard nodig was:
En zo kwamen wij, en zo komt ook straks de oerwoudbewoner naar het blanke ras. Want u neemt toch niet aan dat die mensen daar in dat oerwoud onder de grond moeten blijven zitten, waar wij, waar de mens dan hier, ons Westen en Oosten - de kleurlingen hebben dat ook - daar zo laag op neerkijken; dan zeggen ze: 'Het zijn allemaal dieren.' U kunt zich ook niet meer vergelijken met een oerwoudbewoner, want u hebt nu het blanke ras, maar het zijn precies de vonken van ons, wij hebben daar ook geleefd.
En nu krijgt u het beleven van alle lichamelijke wetten, want dat is God. Daar kunt u niets aan verprutsen, dat gaat door. En dan zijn we vader geweest, moeder geweest, nu ben ik u misschien een beetje voor, een beetje later, want jij deed dit en jij deed dat, en ik deed zus, maar toen wij ons lichaam hadden gekregen, toen stonden wij voor de karmische wetten. En hoever moeten wij nu terug? (...) En als je die mensen dat nu kon verklaren, dames en heren, die kijkt daar laag op een neger neer... Ik heb het niet gedaan; in Hollywood ging ik zitten, in Florida, en ik zat juist op de bank van de negers, en dáár was de blanke, hè¨? En ik zie dat niet: ‘white ‘. Ik denk: Wat heb ik met ‘white’ te maken? Ik ging bij ‘black’ zitten. Toen kwamen daar de whitelingen, die kwamen: zó. Ik zeg: pvvt. Ik deed dát. (gelach) Toen zei die vent: 'Zo.'
Ik zeg: 'Zo, meneer.'
Toen zegt hij: 'Ja meneer.'
En ik deed ook zó. (gelach) Nou, die denkt: die is gek. Ik denk: och. Ik zeg tegen mijn broer: 'Wat, wat?'
Toen zegt hij: 'Joh, je zit onder de zwarten.'
Ik zeg: 'Nou, nu wordt ie goed, nou ga ik echt beginnen.' Ik gaf...
Ik zeg: 'Do you like a cigaret?'
'Yes yes.'
Nou, ik zeg: 'Lekker roken.'
En hij: ggrr.
Wat een haat ligt daar, meneer, in dat zuiden. O, in South Carolina en daarzo, en hoe verder of je komt: only for white, only for black, and only... Ik zeg: 'Hoe bestaat het.' En daar liep ik tussen.
Maar, meneer, nu kom ik terug, daar zag ik een blanke in zitten, in die neger. Ik denk: Hé, jij zat vroeger in Frankrijk. En toen stelde ik mij op die man in, dat was een jongen van achttien jaar en daar een meisje. Ik zeg tegen mijn meester: 'Waar hebben ze nu geleefd?' Hij zegt: 'Kijk maar, een uit Noorwegen, een uit Frankrijk, een uit Duitsland.' Europa zag ik in de neger.
En als het ware om de ‘whitelingen’ alle hoop op een meerwaardig voelen over hun begeerd huidskleurtje te ontnemen,verklaart Jozef Rulof dat ze dat blank kleurtje ook niet kunnen meenemen naar de sferen van licht in het hiernamaals. In het volgende citaat bedoelt hij met ‘als de mens geestelijk bewust is’ de mens die afstemming heeft op de sferen van licht in het hiernamaals. Dit is de ziel die geestelijk geëvolueerd is en een universele liefde voor al het leven begint te voelen .Met ‘het geestelijke gewaad’ bedoelt hij het astraal-geestelijke lichaam van een mens als geest. Met miljoenvoudig bedoelt hij het aantal kleuren die zich in de astraal-geestelijke huidskleur manifesteren. Met het ‘Al’ bedoelt hij de hoogste kosmische levensgraad. En nu krijgt u het beleven van alle lichamelijke wetten, want dat is God. Daar kunt u niets aan verprutsen, dat gaat door. En dan zijn we vader geweest, moeder geweest, nu ben ik u misschien een beetje voor, een beetje later, want jij deed dit en jij deed dat, en ik deed zus, maar toen wij ons lichaam hadden gekregen, toen stonden wij voor de karmische wetten. En hoever moeten wij nu terug? (...) En als je die mensen dat nu kon verklaren, dames en heren, die kijkt daar laag op een neger neer... Ik heb het niet gedaan; in Hollywood ging ik zitten, in Florida, en ik zat juist op de bank van de negers, en dáár was de blanke, hè¨? En ik zie dat niet: ‘white ‘. Ik denk: Wat heb ik met ‘white’ te maken? Ik ging bij ‘black’ zitten. Toen kwamen daar de whitelingen, die kwamen: zó. Ik zeg: pvvt. Ik deed dát. (gelach) Toen zei die vent: 'Zo.'
Ik zeg: 'Zo, meneer.'
Toen zegt hij: 'Ja meneer.'
En ik deed ook zó. (gelach) Nou, die denkt: die is gek. Ik denk: och. Ik zeg tegen mijn broer: 'Wat, wat?'
Toen zegt hij: 'Joh, je zit onder de zwarten.'
Ik zeg: 'Nou, nu wordt ie goed, nou ga ik echt beginnen.' Ik gaf...
Ik zeg: 'Do you like a cigaret?'
'Yes yes.'
Nou, ik zeg: 'Lekker roken.'
En hij: ggrr.
Wat een haat ligt daar, meneer, in dat zuiden. O, in South Carolina en daarzo, en hoe verder of je komt: only for white, only for black, and only... Ik zeg: 'Hoe bestaat het.' En daar liep ik tussen.
Maar, meneer, nu kom ik terug, daar zag ik een blanke in zitten, in die neger. Ik denk: Hé, jij zat vroeger in Frankrijk. En toen stelde ik mij op die man in, dat was een jongen van achttien jaar en daar een meisje. Ik zeg tegen mijn meester: 'Waar hebben ze nu geleefd?' Hij zegt: 'Kijk maar, een uit Noorwegen, een uit Frankrijk, een uit Duitsland.' Europa zag ik in de neger.
Vraag en Antwoord deel 3 p. 140-141
Als de mens geestelijk bewust is dan zijn er geen littekens, en dan is er van zwart, bruin en blank geen sprake, want het geestelijke gewaad is miljoenvoudig. De mens uit de eerste sfeer die kunt u al bijna niet meer ontleden als u zijn huidskleur ziet. En nu de tweede sfeer, de derde. Ik heb de mens in het Al gezien met zijn handjes en zijn huidskleur. Ik was drie keer in het Al en daar heb ik de mens gezien; als u die huidskleur ziet dan ziet u in die huid, in dat vlees ziet u de ganse schepping. De ogen van een mens aan gene zijde uit de eerste sfeer, dame, die stralen u liefdevol tegemoet, tweede sfeer,derde sfeer.
Vraag en Antwoord deel 3 p. 304