Weet u dat u op aarde gestorven bent?
Als voorbereiding op de machtige inhoud van het 'Het Ontstaan van het Heelal' geeft Alcar Jozef - die in de boeken André wordt genoemd - een visioen van een geleerde die Alcar tijdens zijn laatste leven op aarde zeer goed gekend heeft. André ziet hoe de geleerde na zijn dood ontwaakt als geestelijke persoonlijkheid in de sferen, de geestelijke werelden van het hiernamaals. Deze man krijgt daar te horen dat hij in zijn aardse geleerdheid opgelost was en hierdoor zijn voeling en openheid voor een geestelijke realiteit verloren had.
Nu hoorde hij naast zich zeggen: „Zie en hoor, André, ik ga je verbinden.”
In visionaire toestand ging hij nu waarnemen.Voor zich zag hij de sferen en een mens en hij hoorde deze mens zeggen: „Ik was ziek, doch thans voel ik mij veel beter, er is dus toch beterschap gekomen.Hé, daar komt iemand tot mij.Is het de zuster?Ja, het is de zuster.Ach, zuster, ik voel mij zo goed, nu ga ik maar naar huis.”
„Weet u dat u dood bent, dat u op aarde bent gestorven?”
„Wat zegt u, dat ik dood ben?Toe spreek niet zo’n onzin en spot niet met mijn ziekte.”
De zuster keek hem aan en zei: „Waarlijk, u bent gestorven.”
Toen keek de man als een krankzinnige rond en viel in zwijm.Daarna zag André, dat hij weer wakker werd.Hij vroeg zich af waar men hem had gebracht.
Opnieuw kwam de zuster naar hem toe en hoorde hij haar zeggen: „Weet u dat u op aarde gestorven bent?”
„Ga weg,” hoorde André hem roepen, „scheer u weg en roep de dokter.Ik heb u niet meer nodig, ik duld dit niet langer.”
De zuster bleef naar hem kijken met een medelijdende blik.Dan zei zij: „En toch moet u zich hierop voorbereiden.”
„Mijn God, gij krankzinnige, mijn kamer uit!”En vlug sprong hij van zijn rustplaats op en wees naar de deur.„Scheer u weg, brutale heks!”
André zag, dat de zuster heenging.Toch keerde zij terug, doch met een andere zuster.Opnieuw hoorde hij zeggen: „Weet u dat u dood bent?”
Verontwaardigd en heel diep geschokt, zei de man: „Zijt gij beiden krankzinnig?”
De zuster van de sferen zag hem aan en zei: „Neen, mijn broeder van de aarde.Uw geleerdheid heeft uw zieleleven vernietigd, gij zijt dood.Op aarde gestorven en in dit leven geboren.Gij leeft in het Hiernamaals, dit is uw eeuwige leven.Wij hebben u verzorgd en gij zijt thans wakker en bewust.Wanneer uw hart die liefde niet bezat, geloof mij, dan waart gij in de duisternis.Gij offerde uw laatste bezit en dit bracht u naar deze sfeer waar gij thans zijt.Nogmaals, u bent op aarde gestorven.”
Er kwam nu een weldadige stilte in hem.Zijn hoofd viel voorover en voor de tweede maal viel hij in zwijm.