Van tijger tot huiskat
Wat leert het gevoelsleven van de menselijke ziel door het beleven van de lichamen van die zeven stoffelijke graden? Meester Zelanus, een leerling van meester Alcar, haalt het dierenrijk aan om duidelijk te maken hoe het innerlijke gevoelsleven van de menselijke ziel verruimt door het beleven van telkens een lichaam van een hogere stoffelijke graad. Bij de mens is dat lichamelijk verschil in stoffelijke graden voor aardse ogen niet zo duidelijk te zien en het effect hiervan moeilijk te beredeneren. Bij het dier is het stoffelijk verschil groter. De eigenlijke werking blijft dezelfde. Want ook het dier heeft een gevoelsleven en een ziel, en ook het dier reïncarneert.
Juist, de diersoorten geven ons nu een heel duidelijk beeld te zien van één levensgraad en deze overgangsstadia. Een tijger zult gij terugzien als huisdier, doch nu is dat leven een 'kat'. De hond voert u terug tot de wolf en voor duizenden organismen voor de dierenwereld zien wij deze overgangsstadia terug en hebben die ook te aanvaarden. (...)
De dierlijke ziel die als tijger rondgelopen heeft, reïncarneert later in dierlijke organismen die een hogere stoffelijke evolutie vertegenwoordigen. Uiteindelijk reïncarneert deze dierlijke ziel in het organisme van een huiskat. De kat als lichaam is een 'verfijning' van het stoffelijke organisme ten opzichte van het organisme van de tijger. Het organisme van een kat heeft een meer verfijnde bouw, en dat organisme stuwt het innerlijke gevoelsleven van de dierlijke ziel omhoog. Door het beleven van het organisme van een kat krijgt die dierlijke ziel andere ervaringen en kan zij innerlijk evolueren. Daarom kan een kat zich ook beter aanpassen aan het leven als huiskat, in harmonie met de mens, omdat haar gevoelsleven hoger geëvolueerd is dan dat van een tijger, waardoor ze dichter bij het menselijke gevoelsleven komt. De Kosmologie van Jozef Rulof deel 4 p. 233
Gaat u nu naar een valk, naar uw roofvogels, dan komt u bij uw duifje terecht. En dat duifje eet uit uw hand, dat heeft menselijk gevoel. Is dat niet zo? Uw duif kunt u naar Engeland sturen, naar Frankrijk; komt op uw plaats terug. Kunt u niet eens, want u stoot uw hoofd, u loopt zich te pletter in de duisternis, u verdrinkt. Maar het dier kunt u wegsturen; het komt naar uw huis terug. Hoger bewustzijn en voelen, dat voor de duif reeds als het hoogste gevoelsleven voor de diersoorten... de gevleugelde soorten, met menselijk voelen en denken... dat de mens nog niet eens heeft. Ik zeg u: laat me nu maar ergens los, blind. Waar komt u terecht? Waar vindt u uw goddelijk huis terug? Dat kan wel uw duif, maar de mens heeft dat gevoel nog niet bereikt. Heel eenvoudig. Wilt u mij tegenspreken, dan zeg ik u: probeer dat eens met uw valk, met uw adelaar, zet dat dier eens op uw huidje daar: in vijf minuten bent u gekild.
Maar het diertje, de duif, is de hoogste liefde, het hoogste gevoelsleven, het hoogste bewustzijn voor dat soort, voelt u? Maar vroeger, dáárvoor, waar leefde dat dier, waar leefde uw duif, waar leefde uw adelaar daarvoor? Hebt u niet gelezen, in de prehistorische tijdperken, dat men vogelen had die in de wateren zwommen (...)
De dierlijke ziel van een valk en een adelaar reïncarneert na vele overgangsorganismen in het organisme van een duif. Deze duif is als organisme een verfijning van lichaamsbouw en organen ten opzichte van de valk. Deze verfijning stuwt het gevoelsleven van de dierlijke ziel omhoog, zodat zij zich bij mensen 'thuis' voelt. De duif is één van de hoogst geëvolueerde diersoorten, en de dierlijke ziel beleeft hier haar eindfase in haar aardse ontwikkeling. Zij ontwikkelt hier, wat menselijk gesproken intuïtie genoemd wordt, het verfijnde gevoel om haar thuis terug te vinden, ongeacht waar ze 'gelost' wordt. Duivenliefhebbers weten dat ook hierin nog verschillende graden zijn, de ene duif is hierin nog sterker en bewuster dan de andere. Dat wil zeggen, ook in het organisme van een duif incarneert de dierlijke ziel verschillende malen voordat zij het hoogste bewustzijn voor die soort heeft bereikt. Maar het diertje, de duif, is de hoogste liefde, het hoogste gevoelsleven, het hoogste bewustzijn voor dat soort, voelt u? Maar vroeger, dáárvoor, waar leefde dat dier, waar leefde uw duif, waar leefde uw adelaar daarvoor? Hebt u niet gelezen, in de prehistorische tijdperken, dat men vogelen had die in de wateren zwommen (...)
Vraag en Antwoord deel 5 p. 34
Op dezelfde wijze past ook de menselijke persoonlijkheid zich aan aan het lichaam van een volgende stoffelijke graad, waardoor het innerlijke leven van de ziel andere ervaringen opdoet en zich kan verruimen en ontwikkelen. De verschillen in stoffelijke lichaamsbouw zijn nu voor menselijke ogen niet zo duidelijk en niet zo groot, maar voor de menselijke ziel geeft het beleven van het lichaam van een volgende stoffelijke graad toch ook andere gevoelens, omdat het lichaam verder geëvolueerd is. Doordat de menselijke ziel reïncarneert, en de lichamen van alle stoffelijke graden kan doorlopen, kan zij zich ontwikkelen uit het voordierlijke gevoelsleven in de eerste stoffelijke graden naar het grofstoffelijke of stoffelijke gevoelsleven in de latere stoffelijke graden. Dit is dan te merken aan de persoonlijkheid van een volk, en drukt zich onder meer uit in de kunst en in het niveau van de wetenschap. In het lichaam van de zevende stoffelijke graad kunnen hierdoor grote kunstenaars opstaan; zoals Bach, Beethoven en Rembrandt. Naast het meer geëvolueerde lichaam hebben deze zielen zich in vele levens gewijd aan de ontwikkeling van hun kunstgevoel. In de zevende stoffelijke graad vinden we ook begaafde wetenschappers. Dit is mogelijk, omdat het beleven van het meer geëvolueerde lichaam van de zevende stoffelijke graad rijkere ervaringen geeft aan het gevoelsleven van de ziel die in haar leeft, waardoor de persoonlijkheid van de ziel de mogelijkheid heeft om iets moois te creëren. Deze ziel is hiertoe in staat, omdat zij dan al miljoenen levens heeft beleefd, en de lichamen van alle stoffelijke graden heeft doorlopen, en hierdoor kans gehad heeft om zich een hoger gevoelsleven eigen te maken.
Méér nog door het innerlijke leven is dat te zien, dan door het organisme, immers, de ziel als de persoonlijkheid bewijst nu hoe haar gevoelsafstemming is voor kunsten en wetenschappen. Thans leren wij de mens kennen. Maar het innerlijke leven als de ziel en de persoonlijkheid zeggen ons, hoe al die overgangen zijn. De ziel als de persoonlijkheid maakt zich nu levenswijsheid eigen en doet aan kunsten en wetenschappen, waarvan gij, meester Zelanus, door de boeken 'Geestelijke Gaven' de wetten hebt verklaard. Dat zegt echter, dat de ene mens méér gevoel bezit dan de andere en dat zijn levensgraden voor het innerlijke leven én voor het organisme. Wat de ene mens bereikt, is de ander niet toe in staat! Onfeilbaar vertellen de levensgraden ons nu hoe het eigen bewustzijn is ten opzichte van Moeder Aarde en haar levenswetten, voor godsdiensten en kunsten én wetenschappen. Het vader- en moederschap behoeven wij straks eerst te volgen en te ontleden, doch dan beleven wij de menselijke persoonlijkheid. (...)
Hoe meer bewustzijn een volk nu bezit, des te ruimer wordt het stoffelijke leven, doch is waar te nemen één het organisme. De hoogste levensgraad bezit nu de kunsten en wetenschappen! Wat de zevende levensgraad vermag en bereiken kan, is het oerwoudstadium niet toe in staat te beleven. Dat zijn dus organische wetten! Géén Eskimo is in staat uw Rembrandt te vertegenwoordigen, noch Beethoven, Bach, Titiaan, uw kunsten en wetenschappen, (...) omdat die organismen het eigen innerlijke leven en afstemming voor de aarde vertegenwoordigen. Daartoe is alléén de zevende levensgraad in staat, mét de ziel als de persoonlijkheid!
Ook de menselijke stem vertegenwoordigt de graad van het lichaam en het gevoelsleven. De stem van een lichaam van de eerste stoffelijke graad is nog niet zo ontwikkeld als de stem van een lichaam van de zevende stoffelijke graad. En hiermee in overeenstemming is ook dat het gevoelsleven van een ziel die in de eerste stoffelijke graad leeft nog niet ver genoeg is ontwikkeld om die stem te gebruiken voor het zingen van een opera. Maar eens komt ook deze ziel zover, en in de zevende stoffelijke graad zal haar lied u als muziek in de oren klinken. Hoe meer bewustzijn een volk nu bezit, des te ruimer wordt het stoffelijke leven, doch is waar te nemen één het organisme. De hoogste levensgraad bezit nu de kunsten en wetenschappen! Wat de zevende levensgraad vermag en bereiken kan, is het oerwoudstadium niet toe in staat te beleven. Dat zijn dus organische wetten! Géén Eskimo is in staat uw Rembrandt te vertegenwoordigen, noch Beethoven, Bach, Titiaan, uw kunsten en wetenschappen, (...) omdat die organismen het eigen innerlijke leven en afstemming voor de aarde vertegenwoordigen. Daartoe is alléén de zevende levensgraad in staat, mét de ziel als de persoonlijkheid!
De Kosmologie van Jozef Rulof deel 4 p. 233-234
Waar het de Meesters om gaat is nu, dat élke levensgraad een 'eigen' timbre te vertegenwoordigen heeft. De levensgraad dus voor het stoffelijke organisme, het oerwoud op aarde, die mensen dus zingen niet als het kind van Moeder Aarde dat de zevende graad als organisme beleven kan, want dat is niet mogelijk, dat zijn wetten; ook dus voor het menselijke timbre! Alléén om het kind van Moeder Aarde het ineens duidelijk te maken, kan ik bewijzen, dat alléén de Caruso's [een beroemd zanger uit die tijd] het hoogste organisme moeten beleven, omdat dit organisme het hoogste voor de mens op aarde te vertegenwoordigen heeft, én het kind uit het oerwoud die hoogte nog moet beleven en bereiken. Dat stemgeluid dus, dat timbre, moet nog ontwaken!
Binnen die zevende stoffelijke graad is er nog een verschil tussen het blanke lichaam en het lichaam van de mensen die in 1939 'negers' werden genoemd. De ziel als mens heeft zich in haar blanke levens immers meer vermengd met eerdere stoffelijke graden, waardoor het blanke lichaam veel meer gesplitst en dus verzwakt is. De Kosmologie van Jozef Rulof deel 2 p. 227
Stem uit de zaal: 'Mijnheer Rulof, nu de negers?'
Jozef zegt: Voelt u dit dan nu nog niet? De negers zijn reeds tot het volmaakte organisme gekomen, zij vertegenwoordigen slechts een bloedgroep en zijn de kleurvolken; kleurlingen, die dus de machtige stemmen als timbres moeten bezitten, omdat die organismen hen terugvoeren tot de natuurlijke werkelijkheid; ons blanke organisme echter is gesplitst. Het is hierdoor dat de neger zo'n machtig geluid heeft. Ga nu de mens op aarde even volgen, en u ziet, dat één op miljoenen mensen het natuur-timbre bezit, en nu horen wij die mens zingen met een rein, zuiver, ongesplitst organisme. En daarvan zijn er slechts enkelen, omdat heel de mensheid is gesplitst. Maar Berends, u bent nogal vlug met kosmische raadsels op te geven, waar is die eigenlijke splitsing begonnen? Want er is nu nog een andere splitsing en die heeft alles vermoord, die splitsing heeft de menselijke stem volkomen vernietigd. En als dat niet was gebeurd, dan had u een stem gehoord, die elk stuk steen had doen splijten.
Jozef zegt: Voelt u dit dan nu nog niet? De negers zijn reeds tot het volmaakte organisme gekomen, zij vertegenwoordigen slechts een bloedgroep en zijn de kleurvolken; kleurlingen, die dus de machtige stemmen als timbres moeten bezitten, omdat die organismen hen terugvoeren tot de natuurlijke werkelijkheid; ons blanke organisme echter is gesplitst. Het is hierdoor dat de neger zo'n machtig geluid heeft. Ga nu de mens op aarde even volgen, en u ziet, dat één op miljoenen mensen het natuur-timbre bezit, en nu horen wij die mens zingen met een rein, zuiver, ongesplitst organisme. En daarvan zijn er slechts enkelen, omdat heel de mensheid is gesplitst. Maar Berends, u bent nogal vlug met kosmische raadsels op te geven, waar is die eigenlijke splitsing begonnen? Want er is nu nog een andere splitsing en die heeft alles vermoord, die splitsing heeft de menselijke stem volkomen vernietigd. En als dat niet was gebeurd, dan had u een stem gehoord, die elk stuk steen had doen splijten.
Vraag en Antwoord deel 1 p. 168