Over karakter en André's mediumschap

Leven na leven reïncarneert de ziel om haar karma op te lossen, om geluk te schenken aan wie ze leed bracht. Ze beleeft hiervoor alle volkeren en rassen van de aarde. In elk leven doen we ervaringen op. Die ervaringen zinken tussen twee levens in terug in ons onderbewustzijn en worden in het volgend leven het 'gevoel' van waaruit we handelen. Als we herhaaldelijk met dezelfde werkzaamheden bezig zijn, bouwt dit gevoel van vele levens zich op tot 'aanleg, talenten, aangeboren vaardigheden'. Daarom zijn er 'wonderkinderen' die al in hun jeugd het talent vertonen waar ze als ziel tijdens vele levens aan gewerkt hebben. Daarom kan het ene kind veel bereiken, en kan het andere kind zelfs na jarenlange ingespannen arbeid de top niet halen. Daarom heeft het ene kind gevoel voor muziek, en speelt het andere kind hoofdzakelijk met technisch speelgoed. 

Zo was Jozef Rulof al vele levens bezig om 'helderziend medium' te worden. In het boek 'Tussen Leven en Dood' leren we hem kennen als priester Dectar in het oude Egypte. Hij was daar een bekwaam genezer en een groot ziener, en leerde de astrale en geestelijke wetten kennen in de tempels van Ra, Re, Luxor en Isis. Hij werkte tientallen levens aan het ontwikkelen van zijn concentratie, het 'leeg-worden', het genezen, het uittreden, het bewust controleren van lichaam en karakter. Hij leerde daar de 'dood' en het 'leven' kennen en doorgronden. Hij bestudeerde en overwon de verschillende graden van de slaap en de trance. Tijdens de ontwikkeling van het mediumschap werden deze priesters ook bezeten door duistere geesten, omdat ze nog niet de weerstand tegen de duistere astrale wereld hadden ontwikkeld. Pas in latere levens wisten ze hoe te moeten handelen om zich open te stellen voor astrale mensen, en tegelijkertijd te blijven controleren of diegenen die tot hen kwamen het licht of de duisternis vertegenwoordigen. 

Dit is de reden waarom in de twintigste eeuw uitgerekend Jozef Rulof als medium kon dienen om deze machtige astrale kennis op aarde te brengen. Hij had zich tientallen levens voorbereid op de hoogste graad van mediumschap die een mens op aarde kan bereiken. En hij was bovendien voor deze taak geboren, dit was de belangrijkste reden waarom hij een laatste maal op aarde reïncarneerde. Vóórdat hij indaalde als ziel, had hij zich bovendien in het hiernamaals onder leiding van meester Alcar zorgvuldig en langdurig voorbereid op dit mediumschap. Hij had met Alcar al honderden reizen in tijd en ruimte gemaakt om al de kosmologische kennis in zich op te nemen. Toen hij als ziel in de wereld van het onbewuste terugzonk naar de diepte van de Albronnelijke bezieling, daalde al die kennis in zijn onderbewustzijn neer, waardoor hij het 'gevoel' zou bezitten om te begrijpen wat Alcar hem in dat leven op aarde zou brengen. Voor Jozef - die in een vorig leven de naam 'André droeg - was het in zekere zin 'her-inneren' wat hij voordien al in de geest en op aarde beleefd had. Zo was zijn laatste leven en mediumschap de vrucht van duizenden jaren voorbereiding van André en de astrale meesters. 

Iemand vroeg nu: 'U komt uit de eerste sfeer naar de aarde, als ik dat goed heb begrepen. Deze taak hebt u dus daar gekregen?' 

Jozef zegt: 'Mijn taak, mijnheer, heb ik 'bewust' verdiend en heeft men mij niet gegeven, noch geschonken (...) Wanneer u het boek 'Tussen Leven en Dood' van mij leest, dan leert u mij kennen voor de Tempel van Isis; daar zijn wij aan dit werk begonnen. Misschien ging u juist op dat ogenblik een andere weg. Wij gingen door de mystiek naar de metafysische wetten, de occulte leer dus, naar gene zijde en daar kreeg ik een nieuw leven, om deze leer op aarde te brengen. (...) 

Maar daarvoor, om dit te kunnen beleven, ging ik door 'leven en dood'. Wij gingen als priesters door de krankzinnigheid heen, om deze wetten te leren kennen. Lees de boeken en leer nu uzelf kennen, ook mij en de machtige meesters, onze lieve meester Alcar en meester Zelanus!' 
Vraag en Antwoord deel 1 p. 24-25