Derde kosmische levensgraad
Op weg naar de aarde
Op Mars bereikt de menselijke ziel het eindstadium van de tweede kosmische levensgraad. Na Mars vervolgt de ziel haar kosmische levensweg en gaat zij over naar de derde kosmische levensgraad. Deze graad bestaat opnieuw uit zeven evolutionaire stadia die als planeten verstoffelijkt werden. Op die planeten, die verspreid liggen in het universum, verfijnt de ziel de stoffelijke stelsels van haar lichaam. Door de verschillende klimatologische omstandigheden op de verschillende planeten winnen vooral de inwendige organen aan kracht en afwerking. Door duizenden overgangen verdicht de ziel haar ingeschapen blauwdruk tot wat uiteindelijk het menselijke lichaam zou worden op de moederplaneet van de derde kosmische levensgraad: Moeder Aarde. Op de laatste overgangsplaneet vóór de aarde bevinden zich in de huidige tijd nog steeds zielen, die straks ver genoeg gevorderd zullen zijn om naar de aarde te reizen en daar dan hun eerste aardse leven te beginnen.
Links en rechts van je liggen de vele tussenplaneten die op de aarde afstemming vinden. Daarginds voor je, in het midden van al deze lichamen, ligt de aarde. Al die toestanden heb ik je duidelijk gemaakt, en je verteld dat er vele organen voor nodig zijn om die graad, die de bestaansplaneet is, te bereiken. Dit is tevens voor de aarde. Wanneer die overgangen er niet waren, ik maakte je ook dat duidelijk, zou het stoffelijke organisme ineenstorten en het innerlijke leven, het zielenleven, bezwijken. (...) Al die overgangen nu, die met de aarde in verbinding zijn, volmaken het stoffelijke kleed, en toch vinden wij op aarde de laagste graad terug. Dat stoffelijke kleed is reeds volmaakt, toch is het nog ver van de zevende graad verwijderd. Doch wij kennen op aarde die stoffelijke lichamen die reeds tot de hoogste graden behoren en dat zijn de vijfde, zesde en zevende graad.'
Het Ontstaan van het Heelal p. 173