Tweede kosmische levensgraad
Op weg naar Mars
Op de volgende planeet zal de ziel in staat zijn om haar lichaam te verdichten, doordat de materie van deze planeet meer verstoffelijkt is. De zon geeft hier meer warmte en licht, waardoor de materie zich kan verdichten. De harmonie tussen ziel en lichaam is nog onaangetast op deze planeten, ziekten bestaan nog niet. De ziel als 'stoffelijke persoonlijkheid' en haar stoffelijk lichaam zijn perfect aangepast aan het klimaat van deze planeet. De eerste zielen stuwen ook hier de stoffelijke levensvorm van cel tot zeeleeuwachtige, en hierna bereiken zij hun doel om aan het leven op het land te beginnen.
De eerste zielen stuwen het organisme het land op, en uit de wil om zich op het land voort te bewegen vormen zich na vele levens de aanzet van wat later de poten zullen worden. Zo bouwen de eerste zielen hun eerste landelijke bestaan op. Op het land moeten ze naar eten zoeken, want dat drijft niet meer voorbij zoals in het water. Dit zoeken naar eten brengt gevoelens voort, die we 'het instinct' kunnen noemen.
Alcar neemt André mee naar de eerste planeet van de tweede kosmische levensgraad om hem duidelijk te maken hoe het instinct ontstaan is door het beleven van het stoffelijke organisme:
Nu het onderlichaam zich had gesplitst en het innerlijke leven zover was gekomen, je ziet het, steeds dat volmaakte evenwicht in alles, in iedere overgang, werd het wezen zich bewust van zijn kunnen en kroop het voort en dit was het eerste voortgaan van het menselijke wezen op de begaanbare planeet. In die stap, dat voortgaan, daarin ontwaakte het instinct. In de eerste schreden die het volbracht, beleefde het dergelijke belevenissen en dit was na een korte tijd tevens het einde van dit stoffelijke bestaan. Maar in de daarop volgende stadia was nu het stofkleed volmaakter, het klom tot zijn eigenlijke afstemming op en het wezen aanvaardde voor deze planeet zijn bestaanswereld. Het zocht voedsel en door dit te zoeken ging het in een gevoelsgraad over: het instinct. (...)
Wij zijn nu aan het instinct gekomen. Hier ontwaakte dus dát, wat men instinct noemt. Het menselijke maar voordierlijke wezen voelde honger, wat door het stoffelijke organisme veroorzaakt en opgeroepen werd. Het zou tot zelfstandigheid komen en dit kwam, maar daarmede het instinct. Nu leefde de mens immers op de planeet wat op de eerste graad niet mogelijk was en het zal je toch zeker duidelijk zijn, dat hier de mens zou ontwaken. Doordat nu de mens een bestaanswereld had aanvaard en zo ver was gekomen, gaf dit aan het innerlijke leven beleven, ondervinding en dat beleven was een werking die van binnenuit kwam en zich in honger openbaarde. Je ziet, opnieuw die eenheid in alles, maar dat het ene het andere wakker roept, omdat die werking van het stoffelijke organisme in het zielenleven overging. Hier werd dus door het stoffelijke organisme het instinct geboren (...)
Wat je echter nu nog moet weten is het volgende en dan gaan wij verder om te zien hoe het instinct ontwaakt, dat hier dus reeds aanwezig is, maar in de eerste graad, want ook hierin liggen overgangen. Voordat nu het wezen de hoogste graad van het instinct heeft bereikt, gaat het, zoals wij, in zeven overgangen en graden over. Ook in het instinct dus liggen graden en dit behoort tot deze en de volgende overgangsplaneten die wij op onze vorige tocht hebben leren kennen. In het stofleven, ik heb je dat duidelijk gemaakt, zijn zeven graden en dit is dus tevens voor het geestelijke leven. Voor het stofleven is dit om het hoogste organisme te bereiken en voor het zielenleven om in een andere en hogere bewustwording binnen te treden. Begrijp je wat ik bedoel, André?' 'Ja Alcar.'
Het organisme ontwikkelt longen en een ademhalingsstelsel dat ingesteld staat op het leven op het land. Bij gevaar vlucht dit wezen terug naar het water, maar daarin kan het door het veranderende ademhalingsstelsel niet lang meer blijven. Wij zijn nu aan het instinct gekomen. Hier ontwaakte dus dát, wat men instinct noemt. Het menselijke maar voordierlijke wezen voelde honger, wat door het stoffelijke organisme veroorzaakt en opgeroepen werd. Het zou tot zelfstandigheid komen en dit kwam, maar daarmede het instinct. Nu leefde de mens immers op de planeet wat op de eerste graad niet mogelijk was en het zal je toch zeker duidelijk zijn, dat hier de mens zou ontwaken. Doordat nu de mens een bestaanswereld had aanvaard en zo ver was gekomen, gaf dit aan het innerlijke leven beleven, ondervinding en dat beleven was een werking die van binnenuit kwam en zich in honger openbaarde. Je ziet, opnieuw die eenheid in alles, maar dat het ene het andere wakker roept, omdat die werking van het stoffelijke organisme in het zielenleven overging. Hier werd dus door het stoffelijke organisme het instinct geboren (...)
Wat je echter nu nog moet weten is het volgende en dan gaan wij verder om te zien hoe het instinct ontwaakt, dat hier dus reeds aanwezig is, maar in de eerste graad, want ook hierin liggen overgangen. Voordat nu het wezen de hoogste graad van het instinct heeft bereikt, gaat het, zoals wij, in zeven overgangen en graden over. Ook in het instinct dus liggen graden en dit behoort tot deze en de volgende overgangsplaneten die wij op onze vorige tocht hebben leren kennen. In het stofleven, ik heb je dat duidelijk gemaakt, zijn zeven graden en dit is dus tevens voor het geestelijke leven. Voor het stofleven is dit om het hoogste organisme te bereiken en voor het zielenleven om in een andere en hogere bewustwording binnen te treden. Begrijp je wat ik bedoel, André?' 'Ja Alcar.'
Het Ontstaan van het Heelal p. 233-235
De eerste zielen reizen nu van planeet tot planeet en het stoffelijke en innerlijke leven evolueert stap voor stap. Deze planeten zijn eigenlijk alleen maar overgangsplaneten met verschillende klimatologische condities om de vele lichaamsorganen tot verdichting te brengen.
(...) voordat we de vierde, de vijfde overgangsplaneet hebben bereikt, hebben wij ons reeds opgericht. Die vlerken, die zijn naar buiten gekomen, we hebben klauwen gekregen, we zijn behaard. We zijn nu al bijna... we lijken nu op een aap, we zijn dieren. Wij zijn nog behaard. Onze schedel moet zich nog vormen; de zon heeft die kracht nog niet. Na dat evolutieproces komt er verruiming, komt er ontwikkeling, komt er evolutie en verfraaiing, maar de eigenlijke natuurlijke, Goddelijke verfraaiing zullen wij eerst krijgen als Moeder Aarde (...) aan haar taak begint (...)
Al deze overgangsplaneten behoren tot de tweede kosmische levensgraad, die uit zeven evolutiestappen bestaat. Om het eindstadium te bereiken doorloopt de ziel zes overgangsstadia als planeten. Zij kan zomaar niet ineens de sprong naar het eindstadium op de moederplaneet, de zevende graad maken. Hiervoor is opbouw nodig, groei, evolutie, graden, tijdperken. Op de overgangsplaneten ontwikkelt zich het instinct van de ziel in overeenstemming met het evoluerende organisme. Het lichaam en het gevoel van de ziel groeien in sterkte, en bereiken uiteindelijk het aapachtig stadium op... de planeet Mars. Lezingen deel 1 p. 88
De recente foto’s van Mars geven aan dat er vroeger water en wellicht dus leven op Mars is geweest. De astrale meesters hebben reeds in 1939 in ‘Het Ontstaan van het Heelal’ precies en gedetailleerd beschreven hoe de ziel haar levens op Mars beleefd heeft, toen de planeet nog niet zo verhard en verdroogd was als in de huidige tijd. En die levens waren bepaald niet rustig.