Onze eerste liefde
De ziel is nog volkomen onbewust, zij is zich nog niet bewust van haar bestaan, zij heeft nog geen bewuste persoonlijkheid ontwikkeld. Zij zal dezelfde weg volgen als de Alziel, omdat zij uit precies dezelfde energie en kracht is samengesteld. Net zoals de nevelen eerst groeiden en op kracht kwamen, groeien de eerste cellichaampjes in omvang en kracht om te evolueren tot het volwassen stadium. Véél later op aarde zal de menselijke groeitijd van cel naar volwassen lichaam uitgedijd zijn tot twintig levensjaren, maar tijdens het eerste leventje op deze eerste planeet bereikt de ziel haar volwassen stadium in enkele ogenblikken. Het proces is echter precies hetzelfde. Het groeien geeft ook hier reeds de ziel ervaringen, de ervaring van groei en uitdijing.
Nadat de ziel haar eerste 'volwassenheid' als cel bereikt heeft, krijgt zij de 'drang' om zich te verbinden met een celletje dat eveneens tot het volwassen stadium is geëvolueerd. Net zoals de nevelen van de Albron zich verbonden en hierdoor nieuwe verdichtingen produceerden, verbinden zich ook de eerste cellen met hun soortgenoten.
Dus de Albron, het protoplasma, de Almoeder wilde zichzelf geven aan een nieuw leven en dat is nu deze cel (...) Dat leventje, de splitsingen die zij tot stand bracht, kreeg, had en bezat dezelfde werking, hetzelfde gevoel, de macht, de glorie, de gelukzaligheid, de welwillendheid, de harmonische wetten als elementale bevruchtingstoestanden gezien en beleefd. Dat leven hier had alleen maar werking meegemaakt, had een volgroeiing beleefd, nietwaar, tot het uiteindelijke. Alleen maar groeiing, leven, maar dat was reeds, dat blijkt nu later, ondervinding te zijn.
Lezingen deel 1 p. 59-60
Maar deze cellen, mijn broeders, moeten zichzelf dus aan het andere leven geven en dat wordt het baren en scheppen, het menselijke vader- en moederschap. Ook al beleven wij hier het embryonale bestaan, de wetten zijn ook in het huidige stadium in niets veranderd. (...) De éne cel ontvangt het leven van de andere, beiden zijn van één kracht en bewustwording. Voor de aarde zijn dat de vader en moeder. Hier ontstaat er een nieuwe vonk, een ander leven als cel, daarvoor beleven wij het embryonale bestaan.
De eerste cellen worden één met een cel van gelijke kracht en groeistadium. Hier beleven ze hun eerste kus, hun eerste ouderschap. Er is hier nog geen verschil tussen moeder en vader, beide cellen zijn van dezelfde kracht en op hetzelfde moment geboren. Uit de eerste samensmelting van twee cellen wordt een nieuwe kindercel geboren. Ook dit nieuwe leven wordt geboren door splitsing van de ouders: de ene cel geeft iets van zichzelf, en ook de andere cel splitst iets van zichzelf af, wat tezamen de nieuwe kindercel vormt. De Kosmologie van Jozef Rulof deel 2 p. 132-133
Alcar vraagt aan André waar hij dit proces op aarde terugziet. In al de biljoenen tijdperken die volgen zullen deze fundamentele wetten immers dezelfde blijven. Op aarde spreken we van eicel en zaadcel, maar ook als aardse mensen geven beide ouders iets van zichzelf wat door versmelting het nieuwe leven, de nieuwe cel voortbrengt.
De ziel als mens, vanuit de 'Albron' geboren, krijgt nu reeds de eigen zelfstandigheid in handen en te beleven, waardoor zij zich zal verstoffelijken en vergeestelijken.' Meester Alcar neemt het woord over en vraagt André: 'Waar kunnen wij deze verdichtingswetten beleven, André, indien wij in gedachten tot Moeder Aarde terugkeren?' André is gereed en kan zeggen: 'Ik ben één met de moeder op aarde, mijn meester. In haar krijgen deze verdichtingswetten kleur en gestalte, deze openbaringswetten zijn dus in al die miljoenen eeuwen in niets veranderd. Vanzelfsprekend is, dat het 'weefsel' zich in die tijden stoffelijk én menselijk heeft verdicht.'' Inderdaad, zo is het, de moeder op aarde ontvangt dezelfde wetten, zij baart haar kind (...)
De Kosmologie van Jozef Rulof deel 2 p. 130