Ons eigen verleden

André begreep dat de eerste zielen die op aarde geleefd hadden reeds met de vermenging van de stoffelijke graden waren begonnen. Dat gebeuren ligt miljoenen jaren in de tijd terug. In onze huidige tijd leven we pas goed in de gevolgen hiervan, want ons huidige lichaam is duizendvoudig verzwakt. André vraagt zich in naam van de mensheid af of het rechtvaardig is dat wij nu de gevolgen ondergaan voor het onbewuste gedrag van andere zielen. Want wijzelf hebben hier toch geen 'schuld' aan? 

'U zegt Alcar, dat dit miljoenen jaren terug ligt, hebben de mensen van deze tijd daaraan dan schuld?' 

'Dat is een vraag die eenieder zal stellen. Wat gaat ons dat aan, wat hebben wij daarmee te maken? (...) 

Ik vraag je, André, heeft de mens te maken met dát wat voor miljoenen jaren is geschied? Heb ik je dan zo-even niet duidelijk gemaakt dat deze mensen in het oerwoud hebben geleefd en wij allen daar hebben geleefd? Heb ik je niet duidelijk gemaakt dat wij miljoenen jaren oud zijn? Dat wij duizenden en duizenden malen op aarde hebben geleefd en in die tijd leefden? 
Het Ontstaan van het Heelal p. 300-3011 
Alcar maakt André duidelijk dat wij allen op onze eeuwenlange reis van het oerwoud naar de zevende stoffelijke graad meegewerkt hebben aan de vermenging van de stoffelijke graden en zo aan de afbraak van het organisme dat we nu ontvangen.