Niets gaat verloren
De wet van oorzaak en gevolg laat zien dat de ziel niet aan tijd gebonden is. Wat de ziel eens beleefd heeft, blijft haar bij zolang het niet 'afgemaakt' is. Zodra de geleerde loskwam van zijn aardse lichaam kwam hij ook los van het ouder worden, van de aardse tijd. Hij bleef denken aan zijn misstap, voor hem als geest bleef de tijd stilstaan. Hij beleefde opnieuw zijn verleden alsof het in het heden nog aanwezig was. Dat vermogen om als geest het verleden te herbeleven, zal André in staat stellen om terug te kijken in het verleden van de ziel, in het ontstaan van de ziel. Tijdens deze uittreding zal André kunnen teruggaan naar het allereerste begin van tijd en ruimte. Dat terugkijken is mogelijk omdat er in werkelijkheid niets verloren gaat. Alcar laat André zien dat alles wat onze ziel ooit beleefd heeft terug te roepen is en te beleven is alsof het nu plaatsvindt. Als geestelijke persoonlijkheden zijn Alcar en André immers niet meer gebonden aan tijd en ruimte.
Nu gaan wij eerst naar een van mijn woningen op aarde, waar ik in mijn laatste leven, waarin ik kunstenaar was, leefde. (...) Neem plaats, André en stel je op mij in. André deed wat Alcar van hem verlangde en voelde zich wegzinken. Voor zich zag hij enige wezens. Hij wist hoe dit tafereel tot leven werd gebracht. Links en rechts zag hij verschillende schilderijen en hij herkende Alcars kunst. Hij zag, dat zijn leider aan een groot doek bezig was. Het was een mannenfiguur en hij begreep onmiddellijk de betekenis van dit tafereel. Het was Alcars vriend, die hij schilderde en het portret was bijna gereed. Hij voelde tevens de grote gaven van zijn leider. Alcar daalde diep in het wezen af en André voelde de hevige concentratie, die hiervoor nodig was. Hoe dankbaar was hij, dat zijn leider hem dit liet beleven. Dit behoorde tot het verleden en toch, opnieuw zag hij dit gebeuren, niets was er immers te vernietigen. Wat de mens tot stand had gebracht bleef. Wonderlijk, dacht hij, is alles wat Alcar mij toont. Hoe groots was dit tafereel. Meermalen had hij dit beleefd, maar steeds voelde hij het wonderlijke van deze verbinding. Dit was het verleden en toch opnieuw tot leven gebracht.
Een geest van het licht kan dit verleden opnieuw tot leven brengen, als hij een bepaalde graad in bewustzijn en liefde heeft bereikt. Deze graad stemt overeen met de sferen van licht in het hiernamaals. Alcar onderscheidt zeven sferen van licht. Het Ontstaan van het Heelal p. 30-32
In de derde sfeer, dus jaren nadat ik op aarde gestorven was, leerde ik mijn eigen verleden kennen. Daarin, in mijn verleden lagen deze gevoelens en hadden daarmede te maken. Voel je hoe diep dit is en dat wij daarvan op aarde niets kunnen begrijpen? Ieder mens zal dit op aarde en aan deze zijde beleven. Aan deze zijde echter is het, dat men met vele levens, die men heeft beleefd, verbonden wordt. Hier is het, dat men in het verleden kan afdalen. Niets is er verloren gegaan, alles ligt vast, tot de kleinste dingen. (...) Ieder mens, iedere ziel heeft zijn eigen levensfilm, waarop hij zichzelf ziet en kent.
Het Ontstaan van het Heelal p. 35-37
Het menselijke organisme vergaat, doch de ziel gaat verder en beleeft. Maar er moet een begin geweest zijn en dat begin zul je leren kennen. Ook de wedergeboorte op aarde die ik je op verschillende wijze en in verschillende toestanden duidelijk wil maken. Thans, André, gaan wij de aarde verlaten en de vierde sfeer bezoeken. Daar zul je met het heelal verbonden worden. De meesters, zoals ik je reeds zei, wachten ons straks op. Wees daar dankbaar voor, want het betekent wijsheid in de geest.'
Het Ontstaan van het Heelal p. 39