Kosmische nevelen

Uit de trillingen zijn nevelen ontstaan. We zien eerst zwakke dampverschijnselen, die zich meer en meer verdichten, zodat zich wolken vormen. Miljoenen jaren is de schepping reeds oud en nóg is er geen menselijk leven te aanschouwen. Dit leven zal echter eens uit deze wolken ontstaan (...) 
De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien p. 351 
Door deze eerste nevelen begint de Albron zich vorm te geven, voor haarzelf een wereld te scheppen. Haar protoplasma vult de ruimte, dijt uit en verijlt. 

De meesters leggen uit hoe we dit levend plasma ook in onszelf als gevoel kunnen ervaren: 

(...) voel aan: waarin wij zijn, is er alleen stilte en die stilte moet leven zijn. Leven... Maar wat is leven? Wij spreken over protoplasma, maar wat is plasma? Dan kan ik u vertellen: indien u zich daar één mee voelt, krijgt u als het ware het gevoel om te willen uitdijen, om tot werking, tot gevoel, tot daden te komen, tot manifesteren. Het is een kracht die van binnenuit u komt, het gevoelsleven omvat en dan een opwekkend realisme geeft, een rechtvaardigheidsgevoel. Het is een gelukzaligheid die u overstraalt, die u opneemt, die u inzuigt; en dan raakt u op dat ogenblik het levensbloed van de Albron. 
Lezingen deel 1 p. 452-453 
Nadat de eerste nevelen verijld zijn, kan de Albron een tweede reeks opbouwen die duidelijker en sterker aanwezig is. Dit is mogelijk omdat de ruimte door de eerste nevelen al meer gevuld is geraakt. 

De derde reeks nevelen wordt nog dichter, meer verdicht, en vertoont al enig licht. Maar ook deze nevelen lossen uiteindelijk weer op in de ruimte. 

Dit oplossen is te vergelijken met onze vluchtige gedachten en gevoelens. We voelen iets, we denken aan iets, maar even later zijn we het alweer vergeten. Onze eerste gedachten en gevoelens zijn nog te ijl, we kunnen ze niet vasthouden, we hebben nog niet genoeg gedachtekracht opgebouwd om tot handelen te komen. 

De meesters vergelijken dit uitdijen en verijlen van de eerste nevelen met sigarettenrook die oplost in een kamer. 

Het is als uw damp. Als u thuis - ik zal u telkens een aardse, stoffelijke, duidelijke verklaring geven, dan kunt u dat beeld in u opnemen - als u thuis rookt (...) als die rook door de kamer gaat en vanuit een hoek, een zijde de zon straalt, dan ziet u dat die rook uitdijt. U moet het beeld maar eens opbouwen. IJler en ijler wordt uw kleine rook en het lijkt wel een vermenigvuldiging. Zo'n kleine sigaret brengt en maakt een wolkenplasma tevoorschijn, zo reëel en natuurlijk zoals wij nu beleven in die Albron (...) 
Lezingen deel 3 p. 80-81 
Als we later die kamer binnenkomen kunnen we die rook niet meer zien maar nog wel ruiken. Hoewel de rook verijld is, is zij toch nog steeds in de ruimte aanwezig. En als er doorlopend gerookt wordt, blijft de rook op een bepaald moment in de kamer hangen als damp, die steeds dikker wordt. 

Dat blijven hangen van die kosmische nevelen vindt plaats in het vierde tijdperk. Dan hebben de nevelen een voldoende kracht bereikt en kunnen ze zich als een zelfstandige vorm handhaven. We kunnen dit in ons eigen leven vergelijken met een gedachte die we als woorden bedenken. Vanaf dat moment is de gedachte voor onszelf gevormd en kunnen we die gedachte gebruiken om verder op door te denken, we kunnen nu een logische gedachtestroom ontwikkelen waarin die gedachte een zelfstandige plaats inneemt. We kunnen nu echt 'uitdijen' in ons gedachteleven, in onze kennis, in ons gevoelsleven, we kunnen een karaktertrek laten groeien en sterker laten worden. 

De meesters brengen ons niet terug naar het ontstaan van het heelal om ons een uiteenzetting in astronomie te geven. Het gaat hen erom ons door talrijke vergelijkingen te laten aanvoelen dat wij op een intieme manier verbonden zijn met dat heelal, zelfs met de allereerste verschijnselen, omdat alles behoort tot het Leven waar we zelf deel van uitmaken, het leven dat door onze aderen stroomt als levensbloed, het geestelijke leven waar we ook op aarde midden in staan: 

U regelrecht verbinden met de planetenstelsels, die u door de boeken 'Het ontstaan van het heelal' zijn geschonken, dat is geen kunst. Maar de wetten zó ontleden dat u er in de maatschappij iets aan hebt, zegt méér, omdat u aanstonds toch voor deze waarheid komt te staan. 
Lezingen deel 1 p. 14 
(...) dijt u elke dag uit? Geeft u aan uw liefde, uw vriendschap, uw kennis, uw broeder- en zusterliefde uitdijing? Het is zo ontzagwekkend om nu dit vast te houden, maar hier in de maatschappij een gestalte te geven, te willen opbouwen voor die persoonlijkheid als mens, als vader en moeder. Maar u kunt dat bedenken. Daarom heb ik u naar de boeken gevoerd, daarom breng ik u tot het mens-zijn. Het is het uitdijende heelal voor alles. Het zijn de 'grote vleugelen' voor uw karaktertrekje, uw vader-, uw moederschap, uw vriendschap, uw zuster- en broederzijn. 
Lezingen deel 3 p. 197-198 
De eerste nevelen zijn diepblauw van kleur. In het vierde nevelentijdperk bereiken de nevelen een dergelijke kracht dat ze oplichten en even een gouden gloed vertonen. Wanneer het gouden licht van het vijfde tijdperk verijlt krijgen de overgangen van blauw naar goud de kans om zich als zelfstandige kleuren te verdichten, zoals lichtblauw en zacht groen. 

Uit dit eerste blauw, wat u protoplasma noemt en wij hebben te aanvaarden, is dit gouden licht geboren, waarna die overgangen tot de eigen evolutie overgingen en dat is nu de verdichting', hoort gij het? ' de verdichting als licht voor het kleurenrijk (...) 
Lezingen deel 3 p. 110 
De meesters beschrijven hoe het kleurenrijk ontstaan is uit de diepblauwe duisternis die we nu nog op aarde als nachtelijke hemel kunnen aanschouwen. Later geven ze aan hoe wijzelf als mens eigenlijk voor dezelfde opdracht staan, om ons karakter wat kleur te geven, om onszelf uit het grijze en saaie gewoonteleven te verheffen. 

(...) geef uw goedheidje eens een kleurtje? Laat uw liefde eens stralen. Is uw liefde donker, zwart, groen? Is die liefde van u hatelijk? Dan bezit die geen kleur. Ziet u? Uw karaktertrekje wordt reeds door het Goddelijke kleurenrijk bezield, want elke kleur bezit leven, ziel, geest, vader- en moederschap, maar zal eerst dan spreken voor zijn geestelijke persoonlijkheid en de ruimten wanneer elke karaktertrek zijn kleurenrijk bezit en vertegenwoordigt. Maar nu trapt u niet meer, u slaat dan niet meer, want dan krijgt uw persoonlijkheid geen gestalte; heeft wel een gestalte maar is ruw, is dierlijk, is demonisch, is satanisch. Uw liefde kan alleen aan uw karaktertrek en persoonlijkheid licht en kleur geven. Dit is nu voor de ruimte, het kleurenrijk Gods. Maar u ziet het, u moet zich dit kleurenrijk eigen maken. U moet eraan beginnen om uw persoonlijkheid, uw moeder- en vaderschap voor alles, uw moeder- en vaderschap gestalte te geven door Zijn kleurenrijk. 
Lezingen deel 3 p. 100 
Het zesde nevelentijdperk geeft meer kleuren te zien. De nevelen zijn weer meer verdicht en verbinden zich met elkaar waardoor ze oplichten. Het verbinden met elkaar is een fundamentele eigenschap van dit plasma, van het leven. Ook op aarde zullen wij als man en vrouw nieuw leven scheppen door ons lichamelijk te verbinden. 

Het zevende tijdperk ten slotte is het eindpunt van deze opbouw. Het gouden licht overheerst nu alle kleurtinten. De nevelen verdichten zich verder en creëren een zeer dichte massa. Deze opbouw van plasma en energie creëert een enorme overdruk in deze ruimte. Om verder te komen zal de Albron deze overdruk gaan ontladen. Deze massa die nu nog één is zal zich gaan splitsen. Tot op dit moment is al het leven één, maar daar zal nu verandering in komen, omdat de Albron haar volgende stap zal zetten. Zij kan nu niet meer verder als één en ondeelbaar organisme, daarin is nu een eindpunt bereikt. De Alziel is nu klaar om zich te splitsen en zich te verdelen in biljoenen delen om straks de sterren en planeten – en daarop mens, dier en natuur – als onderscheiden lichamen van zichzelf te kunnen scheppen.