Innerlijke gevoelsgraden
Een aantal tijdgenoten van André begrepen het verschil niet tussen de graden van stoffelijke lichamelijke evolutie en de graden van innerlijke geestelijke evolutie. Ja, kijk, mijn vriend (...) Moet u goed begrijpen, moet u luisteren waar we over spreken. We hebben het over de lichamelijke graden. Dát is, waar u over spreekt, stel me die vraag, dat gaat over goed en kwaad. Het lichaam van de mens behoort tot een stoffelijke graad. Als meester Zelanus de persoonlijkheid van de mens ontleedt, spreekt hij van innerlijke afstemming.
Het lichaam van de mens behoort tot een stoffelijke graad. Als meester Zelanus de persoonlijkheid van de mens ontleedt,spreekt hij van innerlijke afstemming. Vraag en Antwoord deel 5 p. 56
In de stoffelijke graden die Moeder Aarde voor uw evolutie schiep, zijn de volgende [innerlijke] afstemmingen vertegenwoordigd: de voordierlijke, dierlijke, grofstoffelijke en stoffelijke. De geestelijke behoort tot ons leven.
Op aarde vindt u al deze afstemmingen vertegenwoordigd, u kunt de mensen die erin leven aan hun handelingen herkennen. Ook de dierenwereld bezit eigen gevoelsgraden voor het stoffelijke en innerlijke leven. Elk organisme, elk organisch leven in de natuur bezit die graden. Mét de mens keren verschillende graden voor de dierenwereld tot God terug. (...)
Het zielenleven legt dus een lange weg af voor het op aarde bewustzijn bezit. Alle soorten van mensen leven bijeen. Maar iedere levensgraad valt te herkennen. Aan zijn daden kan de afstemming waarin de mens leeft, worden vastgesteld, de daden zetten u voor de wetten en voeren u tot de persoonlijkheid. Aan het karakter, waaruit de daden voortvloeien, herkent u het innerlijke bewustzijn, waarna u kunt vaststellen op welke van de geestelijke-innerlijke-graden het afstemming heeft. (...)
Wie alles wat ik u tot nu heb verteld goed aanvoelt en begrijpt, zal thans de verklaring weten voor de vele schijnbare onrechtvaardigheden die de wereld te zien geeft. Waarom leeft de ene mens in het blanke ras temidden van beschaving en gemak, en beleeft de ander de ellendige staat van het oerwoud? Waarom krijgt de een rijkdom en gezondheid, en de ander armoe en ziekte als zijn deel?
Met deze vragen, die voor tallozen op aarde grote problemen zijn, weet ge alleen maar geen raad als ge aanvaardt dat ge slechts één leven ontvangt, zoals uw kerken en uw wetenschap nog steeds beweren..
Als ge kunt aanvaarden dat de ziel een evolutie moet doormaken om al die stoffelijke graden te beleven, ziet u in dat er van Goddelijke onrechtvaardigheid geen sprake is. (...)
Maar geniet u niet meer dan een oerwoudbewoner? Is uw levenspeil met dat van een onbewuste te vergelijken? Leeft u in een en dezelfde bewustzijnsgraad?
Neen, maar zie daarin geen onrechtvaardigheid van God tegenover de oerwoudbewoner.
De laatste kán uw levensgraad eenvoudig niet beleven, omdat zijn zielenleven er niet voor gereed is. Zijn ziel moet nog aan stoffelijk bewustzijn winnen, om eens het geestelijke gevoelsleven te kunnen binnentreden. U, als blanke, bezit in uw staat in elk opzicht meer geluk dan hij. Het ellendige bestaan in het oerwoud ligt te ver van u weg. Maar toch volbracht ook ú daar uw eerste levens!
Wat dus onrechtvaardigheid lijkt, betekent in wezen evolutie. Om tot God als bewuste zielen te kunnen terugkeren, moeten we alle graden die Hij schiep beleven. In één leven is die hoogte niet te bereiken, daartoe zijn er vele nodig. (...)
De engelen uit de hoogste sferen aan deze zijde leefden eens in het oerwoud. Eraan ontkomen kan niemand. God schonk ons al deze graden om te ontwaken. In ons leven heeft de astrale persoonlijkheid de graden leren kennen en is ze toen gaan begrijpen. De meesters aan deze zijde voerden mij en anderen erin terug en overtuigden ons door het beeld van Gods scheppingsplan aan ons te tonen. Eenieder die de sferen van licht betreedt, wordt met de beleefde stadia in verbinding gebracht. Er valt dan niet langer te twijfelen, de wetten spreken hun duidelijke taal. Wij zien vóór ons hoe er steeds weer een lichaam gereed was om ons zielenleven in zijn evolutie te dienen.
Ook in de innerlijke graden voor het gevoelsleven onderscheiden de meesters zeven stappen. Zij spreken over: voordierlijk, dierlijk, grofstoffelijk, stoffelijk, geestelijk, ruimtelijk en goddelijk. Op aarde vindt u al deze afstemmingen vertegenwoordigd, u kunt de mensen die erin leven aan hun handelingen herkennen. Ook de dierenwereld bezit eigen gevoelsgraden voor het stoffelijke en innerlijke leven. Elk organisme, elk organisch leven in de natuur bezit die graden. Mét de mens keren verschillende graden voor de dierenwereld tot God terug. (...)
Het zielenleven legt dus een lange weg af voor het op aarde bewustzijn bezit. Alle soorten van mensen leven bijeen. Maar iedere levensgraad valt te herkennen. Aan zijn daden kan de afstemming waarin de mens leeft, worden vastgesteld, de daden zetten u voor de wetten en voeren u tot de persoonlijkheid. Aan het karakter, waaruit de daden voortvloeien, herkent u het innerlijke bewustzijn, waarna u kunt vaststellen op welke van de geestelijke-innerlijke-graden het afstemming heeft. (...)
Wie alles wat ik u tot nu heb verteld goed aanvoelt en begrijpt, zal thans de verklaring weten voor de vele schijnbare onrechtvaardigheden die de wereld te zien geeft. Waarom leeft de ene mens in het blanke ras temidden van beschaving en gemak, en beleeft de ander de ellendige staat van het oerwoud? Waarom krijgt de een rijkdom en gezondheid, en de ander armoe en ziekte als zijn deel?
Met deze vragen, die voor tallozen op aarde grote problemen zijn, weet ge alleen maar geen raad als ge aanvaardt dat ge slechts één leven ontvangt, zoals uw kerken en uw wetenschap nog steeds beweren..
Als ge kunt aanvaarden dat de ziel een evolutie moet doormaken om al die stoffelijke graden te beleven, ziet u in dat er van Goddelijke onrechtvaardigheid geen sprake is. (...)
Maar geniet u niet meer dan een oerwoudbewoner? Is uw levenspeil met dat van een onbewuste te vergelijken? Leeft u in een en dezelfde bewustzijnsgraad?
Neen, maar zie daarin geen onrechtvaardigheid van God tegenover de oerwoudbewoner.
De laatste kán uw levensgraad eenvoudig niet beleven, omdat zijn zielenleven er niet voor gereed is. Zijn ziel moet nog aan stoffelijk bewustzijn winnen, om eens het geestelijke gevoelsleven te kunnen binnentreden. U, als blanke, bezit in uw staat in elk opzicht meer geluk dan hij. Het ellendige bestaan in het oerwoud ligt te ver van u weg. Maar toch volbracht ook ú daar uw eerste levens!
Wat dus onrechtvaardigheid lijkt, betekent in wezen evolutie. Om tot God als bewuste zielen te kunnen terugkeren, moeten we alle graden die Hij schiep beleven. In één leven is die hoogte niet te bereiken, daartoe zijn er vele nodig. (...)
De engelen uit de hoogste sferen aan deze zijde leefden eens in het oerwoud. Eraan ontkomen kan niemand. God schonk ons al deze graden om te ontwaken. In ons leven heeft de astrale persoonlijkheid de graden leren kennen en is ze toen gaan begrijpen. De meesters aan deze zijde voerden mij en anderen erin terug en overtuigden ons door het beeld van Gods scheppingsplan aan ons te tonen. Eenieder die de sferen van licht betreedt, wordt met de beleefde stadia in verbinding gebracht. Er valt dan niet langer te twijfelen, de wetten spreken hun duidelijke taal. Wij zien vóór ons hoe er steeds weer een lichaam gereed was om ons zielenleven in zijn evolutie te dienen.
Geestelijke Gaven p. 15-18
Ze stelden voor zichzelf vast dat ze daar in een dierlijk onbewustzijn hun levens hadden volbracht en daarna stoffelijk werden, stoffelijk gingen denken, in harmonie met het lichaam, met het leven daar op aarde, en hierna geestelijk en toen ruimtelijk. En nu, vanaf de vierde kosmische graad gaan zij Goddelijk ruimtelijk denken en voelen én handelen.
Lezingen deel 2 p. 230-231