Het voordierlijk bewustzijn

Op Mars evolueert het gevoelsleven van de ziel tot een eerste gevoelsgraad, wat de meesters het voordierlijke bewustzijn noemen. De ziel als persoonlijkheid wordt zich hier bewust van haar fysieke kracht en gebruikt die kracht om aan voedsel te komen. Als er geen ander voedsel voorhanden is valt ze gedreven door honger haar soortgenoten aan, en voedt zich met hun lichaam. Het vechten onder elkaar bereikt op deze planeet een verschrikkelijke omvang. 

Om André duidelijk te maken hoe het lichaam en de gevoelsgraad van de ziel op Mars is geweest, neemt Alcar hem mee naar deze moederplaneet van de tweede kosmische levensgraad: 

Maar nu gaan wij op de tweede graad over. Zie daar, André.' (...)'Daar voor je zie je de mens die hier leeft. Hij bezit het voordierlijke bewustzijn. In al die miljoenen jaren is dus het stoffelijke en innerlijke leven zo ver gekomen. (...)Hier, André, zoals ik reeds zei, heerst doodslag en geweld, want het voordierlijke bewustzijn is ontwaakt. Een nog hoger bewustzijn kan hier niet worden geboren, dat is niet mogelijk en dat zul je begrijpen. Eerst op aarde zal zich de mens dit eigen maken. Maar het is wonderbaarlijk, André, te zien, dat met de stoffelijke groei het innerlijke leven volgt en de innerlijke mens hier handelt naar de kracht van het stoffelijke kleed, dat hij bezit. 
Het Ontstaan van het Heelal p. 238-239 
Het gewelddadige leven op deze planeet duidt op een evolutie in het bewustzijn van de ziel. Toen het wezen op een vorige planeet honger had en er geen ander voedsel voorhanden was, wist het niet hoe te handelen. Het stierf van de honger, omdat het geen andere mogelijkheden kon bedenken. Het was zich nog niet bewust van haar fysieke kracht en de mogelijkheid die te gebruiken om haar honger te stillen en zo te overleven. Wanneer zij dit op Mars wel gaat doen, betekent dit een verruiming van haar bewustzijn, zij kan nu meer mogelijkheden overzien en benutten. 

Dat zij door het aanvallen van haar soortgenoten een disharmonie creëert, daar is zij zich nog niet van bewust, omdat ze het resultaat hiervan nog niet ervaren heeft. Zij kent hier nog geen 'wet van oorzaak en gevolg', dat bewustzijn kan zij hier nog niet ontwikkelen. Zij ervaart hier alleen het nut van haar nieuwe gedrag, zo kan zij immers nu haar honger stillen. Zo kan ze ook haar kinderen en haar partner-tweelingziel voeden, waar ze voordien lijdzaam moest toezien dat ze allen omkwamen van de honger. 

De zorg van de moeder voor haar jongen, om haar jongen te verzorgen en te voeden, wijst al in de richting van de hogere gevoelsgraden die de ziel later zal ontwikkelen. 

Op Mars komt de ziel echter niet verder dan het voordierlijke bewustzijn. Wanneer ze zich bewust wordt van de fysieke kracht van het lichaam, ontwikkelt de ziel een gevoel van kracht en ‘macht’, het gevoel anderen te kunnen domineren. De eerste zielen, die al in een lichaam leven dat meer ontwikkeld is (de ‘zevende levensgraad’), domineren hun soortgenoten die nog niet die graad van stoffelijke ontwikkeling bereikt hebben. Het ‘recht’van de sterkste wordt hier dus geboren, en wijst al op eengraad van bewustzijn bij deze wezens. Zo leert het zwakkere wezen om te vluchten uit zelfbehoud,om zich te verbergen en om te proberen uit de handen van de sterkere soorten te blijven. Zo leert de ziel met een minder ontwikkeld lichaam reeds haar wil in te tomen, omdat het uitvoeren van die wil tot eigen fysieke ondergang zou leiden. 

De hoogste en zevende levensgraad nu, overheerst hier de daaronder levende graden, doch al die miljoenen mensen leven over de planeet verspreid. Natuurlijk is het leven hier ruw en hard, maar hoe waren de prehistorische tijdperken op aarde? Mars vertegenwoordigt dus een eigen atmosfeer, die voor de Aarde is milder (...) 
De Kosmologie van Jozef Rulof deel 3 p. 209 
De onbewuste stuwing van de ziel leidt op de tweede kosmische levensgraad tot het ontwikkelen en verfraaien van haar stoffelijke lichaam. De ontwikkeling van het voordierlijke bewustzijn is een gevolg van het beleven van dit machtige organisme. Op Mars komt zij echter nog niet tot de menselijke gestalte, het hoogste wat zij hier bereikt is de aapachtige gestalte. 

Hoewel dit lichaam een gelijkenis vertoont met de aardse gorilla, heeft het in werkelijkheid niets te maken met de aap. Waar we hier naar kijken is een stadium van de ontwikkelingsweg van de menselijke ziel. 

De dieren hebben echter vanaf het begin een andere lijn gevolgd. Ze zijn net na de menselijke ziel op de eerste planeet geboren, en ze hebben zich onmiddellijk als een aparte tak van het leven ontwikkeld. Lichamelijk doorliepen ze veel meer overgangstoestanden en variaties dan het menselijk leven. De menselijke ziel was vanaf de aanvang immers op de menselijke gestalte ingesteld, en daarom heeft zij alleen de overgangsstadia ontwikkeld die nodig waren om dat menselijk lichaam op te bouwen. Het dierenrijk exploreert integendeel een veelheid aan levensvormen, net zoals moeder natuur.