Het ontstaan van ziekten
De eerste zielen bouwden lichamelijk graad na graad op, en bereikten uiteindelijk de zevende stoffelijke graad. Alle zeven stoffelijke graden als stammen verwijderden zich van elkaar, om een eigen levenswijze te kunnen opbouwen. Op dat moment, miljoenen jaren geleden, leefden de zeven stoffelijke graden gescheiden, maar tezamen bevolkten ze de aarde. Als de zevende stoffelijke graad het eindpunt is van de lichamelijke evolutie op aarde, waarom zijn deze lichamen dan zo onderhevig aan de vreselijkste ziekten? Het lijkt wel of het lichaam in de hogere stoffelijke graden gedegradeerd is in plaats van geëvolueerd? Waar en wanneer zijn de ziekten ontstaan, of heeft het lichaam ze altijd met zich meegedragen? Was de oermens ziek?
Het boek 'Maskers en Mensen' lost dit raadsel op en onthult het begin van alle ellende:
En nu moeten wij aanvaarden dat wij mensen niets dan ellende bezitten. Maar wist u dat gij niet nodig waart geweest, doktoren, indien gij uw eigen levensafstemming niet had bezoedeld? Ik voer u thans miljoenen jaren terug! Toen er nog geen steden waren, de mensen van uw Universiteitswetten niets wisten, maar de wateren reeds hadden verlaten - of gelooft u dit ook niet? - de stammen zich hadden gevormd, de bossen werden beleefd, zijn de ziekten ontstaan, geboren. Maar waardoor, vraag ik mijn geleerde vader en de heren medici? Gij moet mij uw antwoord schuldig blijven. U ziet thans nog die rassoorten op Aarde. Dit zijn verschillende volken. Elk volk was voor miljoenen jaren terug een stam. Die stam was een levensgraad, een graad van bewustzijn voor het menselijke organisme. Gij ziet, zei ik u al, rassoorten. Ik en wij, de miljoenen zielen van God die de Hemelen vertegenwoordigen, zien alléén stammen, soorten van organismen voor de ziel. De ziel beleeft de eerste en volgt hierdoor de ontwikkeling op Aarde. De Aarde schiep zeven stoffelijke levensgraden voor de ziel. Elke levensgraad bezit miljoenen mensen. Miljoenen mensen als mannen en vrouwen, vertegenwoordigen één levensgraad voor het menselijke organisme. De ziel bezit dus volgens haar eigen bewustzijn een lichaam en dat is de afstemming van een levensgraad waartoe haar organisme behoort. (...) Wij vertegenwoordigen de hoogste afstemming voor het menselijke organisme. Maar in onze omgeving leeft ook de vijfde en zesde, ver en over de Aarde verspreid, de vier andere levenswetten als mensen voort, die zich evolueren. Ik ben vader, en mijn vrouw, als dierlijke wezens zijn wij, leeft hier ook. Wij zijn in staat om kinderen te scheppen. En die kinderen worden, als gij dat nu nog beleeft, op dezelfde wijze geboren. Waar vandaan de ziel in dat leven komt, hebben wij het nu niet over. Het gaat ons erom dat die mensen, wij, kinderen baren en kinderen scheppen. Vanuit ónze eigen verkregen levensgraad. Wij vertegenwoordigen als man en vrouw de hoogste bewustwording, omdat ons organisme die hoogte heeft bereikt. Ons innerlijk leven past zich aan die bewustwording aan en heeft te luisteren. (...)
Maar nu komt het! Die mannen zochten naar ander leven. Daar in dat oerwoud trokken zij verder en ontmoetten vele levens. De gevoelswijsheid, om uw eigen leven te verzorgen, die bewustwording droegen zij niet onder hun harten, zij leefden zich volkomen uit. De hoogste graad splitste zich met een lagere. Waar wij kwamen verwekten wij kinderen. Toen begon de mens aan zijn eigenlijke inteelt! Hij scheurde zijn oerkrachten vaneen en deelde die levenswet met 'n ander. De zevende en hoogste graad deelde zich met de vierde en derde graad. Uit die derde en vierde levensgraad werden er kinderen geboren. En die kinderen zetten dit proces voort. Wat zien wij, na miljoenen jaren is dit Universele lichaam verzwakt. De eigenlijke oerbron is gesplitst. De Goddelijke Universele zelfstandigheid, die tegen weer en warmte, koude en natuurwetten is berekend, verloor door de eigenlijke splitsing de natuurlijke kern, de Universele afstemming die God aan deze levens voor de eigen soort en levensgraad heeft vastgelegd. De mensen verloren hun weerstand! De mannen en vrouwen kunnen niet meer tegen die enorme wetten op en bezwijken. Er komen verzwakkingen tot stand, die oersterke lichamen kunnen niet meer tegen de natuurlijke wetten op en zoeken naar kleding. Voordat deze afbraak begon, weerstond dit natuurlijke organisme elke natuurlijke verandering. Want het menselijke lichaam is als de wateren, is als de verdichte stof, in landelijk bestaan opgegroeid, maar heeft door de splitsing met de lagere levensgraden de eigen oerbron verloren en daardoor zien wij de eerste ziekten ontstaan!'
Elke stoffelijke graad bezat een eigen kracht en werking. Die kracht en 'afstemming' van dat lichaam was terug te vinden in de sterkte van het beenderstelsel, de samenstelling van het bloed, de werking van spier- en zenuwstelsel, kortom de graad van ontwikkeling van alle stoffelijke stelsels en organen. Wanneer twee mensen uit dezelfde stoffelijke graad zich voorplantten, erfde het lichaam van hun kind de oerkracht en afstemming van die graad. Maar nu komt het! Die mannen zochten naar ander leven. Daar in dat oerwoud trokken zij verder en ontmoetten vele levens. De gevoelswijsheid, om uw eigen leven te verzorgen, die bewustwording droegen zij niet onder hun harten, zij leefden zich volkomen uit. De hoogste graad splitste zich met een lagere. Waar wij kwamen verwekten wij kinderen. Toen begon de mens aan zijn eigenlijke inteelt! Hij scheurde zijn oerkrachten vaneen en deelde die levenswet met 'n ander. De zevende en hoogste graad deelde zich met de vierde en derde graad. Uit die derde en vierde levensgraad werden er kinderen geboren. En die kinderen zetten dit proces voort. Wat zien wij, na miljoenen jaren is dit Universele lichaam verzwakt. De eigenlijke oerbron is gesplitst. De Goddelijke Universele zelfstandigheid, die tegen weer en warmte, koude en natuurwetten is berekend, verloor door de eigenlijke splitsing de natuurlijke kern, de Universele afstemming die God aan deze levens voor de eigen soort en levensgraad heeft vastgelegd. De mensen verloren hun weerstand! De mannen en vrouwen kunnen niet meer tegen die enorme wetten op en bezwijken. Er komen verzwakkingen tot stand, die oersterke lichamen kunnen niet meer tegen de natuurlijke wetten op en zoeken naar kleding. Voordat deze afbraak begon, weerstond dit natuurlijke organisme elke natuurlijke verandering. Want het menselijke lichaam is als de wateren, is als de verdichte stof, in landelijk bestaan opgegroeid, maar heeft door de splitsing met de lagere levensgraden de eigen oerbron verloren en daardoor zien wij de eerste ziekten ontstaan!'
Maskers en Mensen p. 847-849
Wanneer echter twee mensen uit een verschillende stoffelijke graad een kind voortbrachten, leefden in het lichaam van dat kind twee verschillende afstemmingen als lichamelijke kracht en werking. Dit veroorzaakte een organische disharmonie. Voor de natuurlijke evolutie van de ene stoffelijke graad naar de volgende graad had de ziel duizenden jaren gewerkt om alle stelsels van dat lichaam tezamen op een verhoogde kracht van een volgende stoffelijke graad te krijgen. Door de geleidelijke lichamelijke evolutie bleven alle stoffelijke lichaamsstelsels van de volgende graad toch in harmonie met elkaar, omdat ze allemaal een verhoogde kracht en werking hadden en elkaar dus niet stoorden.
Maar wanneer twee mensen uit een verschillende stoffelijke graad een kind kregen, kon de natuur dit evolutionair verschil niet in één klap opvangen. Hierdoor ontving het kind een lichaam waarvan de stelsels niet meer op eenzelfde kracht functioneerden Het ene deel van het lichaam functioneerde op de ene stoffelijke graad, terwijl het andere deel de stelsels naar een andere graad van werking stuwde. Dit verschil trok het lichaam als het ware uit elkaar en zorgde voor een inwendige spanning in alle weefsels.
Bij de eerste vermengingen had deze inwendige spanning nog geen verzwakking van het lichaam tot gevolg. De oerkracht van de stoffelijke weefsels overheerste nog de eerste verschillen in evolutionaire graad. Maar het aantal vermengingen vermeerderde explosief. Na duizenden vermengingen was de spanning zo toegenomen, dat geen enkel weefsel hier nog tegen bestand was. Hierdoor nam de stoffelijke weerstand van de weefsels tegen externe omstandigheden drastisch af, wat de deur opende voor de eerste 'ziekten'. Die eerste ziekten waren heel miniem, omdat de weerstand in vergelijking met ons huidige lichaam nog heel groot was. Maar na miljoenen jaren waren alle lichamen dusdanig verzwakt, dat ook de ziekten konden 'evolueren' tot de huidige ellende. En het zal nog een tijdje duren voordat de meesters deze ellende uit de wereld hebben geholpen (zie 'Hulp voor de aarde').