Door de duisternis naar het licht
André vraagt zich af waar die hogere ontwikkeling van de zevende stoffelijke graad in bestaat. Hij heeft immers van Alcar gehoord dat de ziel in die hogere stoffelijke graden juist haar natuurlijke harmonie met haar lichaam en omgeving verloren heeft. Dit ziet hij onder meer terug in het feit dat de blanke moeders uit zijn omgeving medische hulp nodig hebben om hun kinderen te baren: U heeft mij al die stoffelijke graden van de aarde duidelijk gemaakt, maar is daar niet één graad bij die de geboorte op natuurlijke werking beleeft? Hebben al die mensen hulp nodig, Alcar?'
'Neen, mijn zoon, er zijn mensen op aarde die zoals de natuur zijn en dit wonderbaarlijke proces alleen beleven, dus zonder hulp. Het zijn die mensen die wij in de eerste, tweede en derde stoffelijke graad hebben ontmoet en die hebben, zoals zij hier, al die aardse hulp niet nodig. Je ziet daardoor hoe de intellectuele mens de natuurlijke weg heeft verlaten, ook al denken al die wezens verder te zijn dan deze arme zielen in die donkere gewaden. Zij hebben zich een toestand geschapen die niet natuurlijk meer is. Zij behangen zich met sierlijke dingen, gaan goed en rijk gekleed, doch hebben hun natuurlijke afstemming afgelegd. Zij zijn verdwaald in hun mooie en rijke levens en doen dingen die de mensen in het oerwoud niet zouden kunnen doen. Dat is het instinct, de natuur; en die natuurwetten en krachten heeft de intellectuele mens verloren en bezoedeld. Is het dan zo vreselijk wanneer ik zeg dat de natuurlijke kern zoek is? Dat zij hun lichamen uiterlijk verfraaien en dat het innerlijk aan geestelijke honger sterft?
De zielen die reďncarneerden in een blank lichaam kregen door de verhoogde werking van het stoffelijke lichaam meer intellectualiteit, maar velen onder hen gebruikten dit om 'de beest uit te hangen'. Met hun scherper denken ontwikkelden ze zeer dodelijke wapens om de wereld te kunnen overheersen. Hierdoor brachten de zielen tijdens hun levens in het blanke organisme meer leed en ellende dan zij in enig ander lichaam deden. 'Neen, mijn zoon, er zijn mensen op aarde die zoals de natuur zijn en dit wonderbaarlijke proces alleen beleven, dus zonder hulp. Het zijn die mensen die wij in de eerste, tweede en derde stoffelijke graad hebben ontmoet en die hebben, zoals zij hier, al die aardse hulp niet nodig. Je ziet daardoor hoe de intellectuele mens de natuurlijke weg heeft verlaten, ook al denken al die wezens verder te zijn dan deze arme zielen in die donkere gewaden. Zij hebben zich een toestand geschapen die niet natuurlijk meer is. Zij behangen zich met sierlijke dingen, gaan goed en rijk gekleed, doch hebben hun natuurlijke afstemming afgelegd. Zij zijn verdwaald in hun mooie en rijke levens en doen dingen die de mensen in het oerwoud niet zouden kunnen doen. Dat is het instinct, de natuur; en die natuurwetten en krachten heeft de intellectuele mens verloren en bezoedeld. Is het dan zo vreselijk wanneer ik zeg dat de natuurlijke kern zoek is? Dat zij hun lichamen uiterlijk verfraaien en dat het innerlijk aan geestelijke honger sterft?
Het Ontstaan van het Heelal p. 509
Doch voor hen die in een lagere graad van stoffelijk organisme leefden en het blanke ras ontmoetten, was het tevens een groot wonder deze mensen te zien. Zij begrepen daar niets van, maar de blanken wisten met hen wel raad en vielen hen aan. De meer stoffelijk gevorderde mens overheerste dus de planeet aarde, maar deed dit door doodslag en geweld. Ook daarin is in al die miljoenen jaren niets veranderd.
Wij zien dus niets dan dierlijk geweld, doden en nog eens doden, tot andere dingen waren deze wezens niet in staat, doch ook die tijd zou komen.
Volgens Alcar is deze intellectualiteit echter slechts een fase in de evolutie van de ziel. Dit 'bewustzijn' is een noodzakelijke stap, en pas daarna begint de ziel aan haar geestelijke bewustwording. De ziel kan geen stapje overslaan, en gaat door de duisternis naar het licht! Wij zien dus niets dan dierlijk geweld, doden en nog eens doden, tot andere dingen waren deze wezens niet in staat, doch ook die tijd zou komen.
Het Ontstaan van het Heelal p. 258
Hoe meer bewustzijn, des te dieper haar ellendewordt. Is dat jammer? Wij kunnen niets anders beleven. Heeft de ‘Almoeder’ dat geweten? Já, want dit is demenselijke én de dierlijke evolutie. Wij gaan door de duisternis naar het licht. En die duisternis hebben wij ook voor de‘Almoeder’ moeten beleven, daarin waren geen andere wetten tebeleven. En dan werd het licht. Ook de mens als ziel zal zich licht scheppen en daardoor aan het geestelijke leven beginnen!]
De Kosmologie van Jozef Rulof deel 5 p. 104]/td]]/tr]]/table]