De geboorte van onze ziel
Alcar en André verlaten de Tempel der Ziel en reizen in de geest naar de eerste planeet. Met de hulp van zijn meesters laat Alcar André het moment beleven waarop de eerste zielen geboren worden. In het hart van deze ijle planeet vloeien de nevelen uiteen onder invloed van warmte van de zon en ze verdelen en verdichten zich in myriaden cellen. Dit verdichtingproces kan vergeleken worden met het condenseren van waterdruppels uit de ochtendnevel op een autoruit. Zoals de Albron als gouden lichtbal zich moest splitsen en verdelen om zelfstandige hemellichamen als planeten en zonnen te kunnen vormen, zo moet ook deze planeet zich splitsen en verdelen om het leven te laten evolueren en een zelfstandigheid als cel te geven. De verdichting bracht dit dus tot stand, het openbaringsproces nam een aanvang toen deze planeet zich splitste. Alles wat wij hier waarnemen wijst op dit wonder, alleen hier kon dit geschieden. Hier werd dus de ziel geboren, doch kennen alleen werking, want van bewustwording is hier geen sprake, dat alles moet nog worden geboren.'
Uit het hart van deze ijle moederplaneet wordt nu de ziel geboren, die biljoenen tijdperken later op de aarde haar menselijke gestalte zal bereiken. Hier splitst de ziel zich af van de eenheid waar zij tot op dit moment deel van uitmaakte. Vanaf dit moment is onze ziel een zelfstandigheid en kunnen wij aan onze levenstocht als individueel leven beginnen. Wij zijn ons op dit moment nog niet 'bewust' van onze geboorte, net zomin als wij op aarde onze geboorte bewust meemaken en herinneren. De ziel is hier nog onbewuste stuwing, maar zij bezit toch reeds dezelfde kracht en eigenschappen als de Alziel waaruit zij geboren is, maar dan nu als individueel leven. Tezamen met miljoenen soortgenoten begint de ziel hier aan haar eerste leven als cel, als embryo. Het Ontstaan van het Heelal p. 217
Als u dit met uw eigen, met uw menselijke ogen nu zou kunnen zien, dan hebt u een versterking nodig van miljoenvoudige kracht om die cel, dat eerste embryo te kunnen waarnemen, zo onzichtbaar, zo ijl is dat eerste leven, en toch bezield door de Albron. Al de merkwaardige Goddelijke, menselijke, dierlijke, natuurlijke eigenschappen voor licht, leven, liefde, waarachtigheid, harmonie vinden wij in die cel terug en dat blijken dan later de Goddelijke fundamenten te zijn voor uw menselijke persoonlijkheid. Dat is het universele karakter. De Albron zal nu tot ontwaking worden gebracht en dat bent ú, dat hebt u (...)
Op dit moment neemt ons eerste leven haar aanvang. We zijn geboren als eenheid van ziel en lichaam. Onze ziel als Albronnelijke stuwing, en ons lichaam als embryonale cel, samengesteld uit nevelstof, uit het nevelplasma dat zich in het hart van deze planeet gevormd had. Op dat moment is er nog geen scheiding tussen ziel en lichaam geweest, dat zou aanstonds gebeuren. Maar eerst konden we beginnen aan ons eerste cellenleven. Lezingen deel 1 p. 58