De aarde als levensruimte

Alleen hier, in de oerwouden, leven dus de eerste graden afzonderlijk.Doch in de vijfde graad leven al die mensen over de aarde verspreid en dit is tevens voor de zesde en zevende graad.Doch het ene ras is anders dan het andere en dat is heel duidelijk, omdat dit met het klimaat heeft te maken.
Het Ontstaan van het Heelal
 

Alcar geeft hier aan hoe de wetenschapper uit 1939 zich verkijkt op de verschillende rassen binnen de hogere stoffelijke graden. Hij legt uit dat de verschillen onderling aanpassingen kunnen zijn aan het klimaat waar een groep woont: 

Ik ga nu naar de vijfde graad, althans waar duizenden van deze graad leven, omdat die graad over de gehele aarde is verspreid.Op alle hoeken van de aarde vinden wij hen terug en zij leven afgezonderd van de zesde en zevende graad.

Het Ontstaan van het Heelal
 

Nu gaan wij naar het Noorden, daar leven nog mensen die tot de vijfde graad behoren, doch het grootste aantal leeft verspreid.Zij leven van de jacht en zijn geestelijk niet onbegaafd.Je voelt dat het thans reeds zo ver is gekomen, dat het zieleleven een aanvang neemt en zich in begaafdheid manifesteert.

Zie daar, André, de vijfde stoffelijke graad.”

André zag deze mensen.„Kent men hen op aarde, Alcar?”

„Ja, men noemt hen Eskimo’s.Vroeger, dus vele duizenden eeuwen geleden, droegen zij een anderen naam.In het Zuiden, Westen en Oosten leven al die andere mensen, die allen tot de vijfde graad behoren.De vijfde graad heeft zich als de zesde en zevende op alle hoeken van de aarde in die miljoenen eeuwen verspreid en dat komt, omdat velen van hen op zoek waren naar bezit.Toch is hier de kern van de vijfde graad aanwezig.Hun lichamen zijn gehard en kunnen tegen dit klimaat.Een ontzaglijk krachtig beendergestel heeft dit organisme.Velen hebben een geloof, dat hun door een andere graad is gebracht.Toch zijn ook zij natuurkinderen en het is niet toevallig dat zij hier leven.

De zevende graad zal in dit leven niet kunnen overgaan en de zesde evenmin.Een andere afstemming kan dit leven niet beleven, ik bedoel overgaan in alles.Dat is niet mogelijk, want de stoffelijke toestand past zich aan hun innerlijke leven aan.Beide behoren tot elkander, al is ook hier het stoffelijke organisme het innerlijke ver vooruit.

Ik zei reeds, zij zijn niet onbegaafd, doch onder de zevende graad te moeten leven, is voor hen moeilijk, want zij kunnen zich slecht aanpassen.Toch vinden wij in hen ook overgangen en dit betekent, dat er onder hen enkelen zijn, die zich aan de zesde en zevende graad kunnen aanpassen, doch hun stoffelijke afstemming blijft zoals ze is.

Miljoenen jaren geleden waren er hier miljoenen wezens, doch in al die eeuwen zijn zij verspreid geraakt en leven overal op aarde.Hun innerlijke leven is wonderlijk één met hun stoffelijke leven.Dat komt, omdat zij alleen zijn en geen beïnvloeding van andere rassen dulden.Daarvoor ging ik ook hen bezoeken, omdat hier de zuivere vijfde graad aanwezig is.

Het Ontstaan van het Heelal
 
Iedereen voelt en bezit zijn eigen stoffelijke leven en dat is niet omdat dit een ras is, maar omdat dit de graden zijn die de mens zijn stoffelijke graad en toestand op aarde bepalen.
Het Ontstaan van het Heelal
 

De verhoogde werking van het krachtige lichaam van de vijfde stoffelijke graad stuwt het gevoelsleven van de ziel omhoog. Vele zielen konden hierdoor het dierlijke gevoelsleven achter zich laten en een hogere gevoelsgraad, het grofstoffelijke gevoelsleven, ontwikkelen. Hierdoor bouwden zij een samenleving op waarin reeds het (dierlijk lichamelijke) recht van de sterkste aan banden werd gelegd. Zij legt hierdoor reeds de basis voor de gelijkwaardigheid van alle mensen in hun voelen en denken, ongeacht de aard en kracht van het lichaam. 

Toch behielden zij nog steeds een harmonie tussen lichaam en ziel. Hun innerlijk gevoelsleven was wonderwel één met hun levensomstandigheden, hun levenswijze was perfect aan het barre klimaat aangepast. Wanneer de ziel naar de volgende stoffelijke graden reïncarneert zal zij deze natuurlijkheid verliezen. 

Alcar beschrijft hier een groep zielen waarvan het lichaam tot de vijfde stoffelijke graad behoort. Op aarde spreekt men over Eskimo's. Dit is echter niet hetzelfde. De term 'Eskimo's' suggereert dat het om een homogene groep mensen gaat met gemeenschappelijke kenmerken. Geestelijk-wetenschappelijk geanalyseerd klopt dit wat betreft hun lichaam, maar niet wat betreft hun innerlijk gevoelsleven. De zielen waarvan het lichaam tot de vierde, vijfde, zesde of zevende graad van stoffelijke ontwikkeling behoort, kunnen sterk verschillen in hun innerlijke gevoelsgraad. Sommige zielen zijn hun lichaamsgenoten ver vooruit. Sommige zielen waarvan het lichaam tot de vierde of vijfde graad behoort hebben reeds alle graden van stoffelijke lichamen beleefd, waardoor ze veel meer ervaringen hebben opgedaan, wat hun gevoelsleven aanzienlijk veranderd kan hebben. De verklaring van dit verschijnsel wordt verderop gegeven in het hoofdstuk 'Herkansing en begaafdheid'. 

Dit verschijnsel legt de nadruk op het verschil tussen menselijke benamingen en de geestelijk-wetenschappelijke wetten die door de astrale meesters beschreven worden. Geestelijk-wetenschappelijk gesproken bestaan er geen 'mensen' en ook geen 'Eskimo's'. Geestelijk-wetenschappelijk spreekt men over ziel en lichaam. De gevoelsgraad van de ziel en de stoffelijke ontwikkelingsgraad van het lichaam kunnen in vele verschillende 'combinaties' voorkomen, die menselijk gesproken over één kam geschoren worden, en dan als 'Eskimo', 'blanke', 'neger', 'Indiër', enz. benoemd worden.