De Tempel der Ziel
Hoe straalde dit gebouw! In de sferen leefde alles en voelde men Gods heilig leven. Dit was op aarde niet mogelijk. De uitstraling van mens en dier, van gebouwen en van de natuur, kon men daar niet waarnemen. Toch straalde ook daar ieder voorwerp zijn eigen kracht uit, maar men kon dat niet zien. Hier echter zag men die uitstraling en daaraan herkende men het innerlijke bezit van mens en dier. Wonderlijk schoon was dit alles. Hier voelde hij de stilte des geestes. O, welk een schoonheid! Als dit de mensen op aarde eens mochten zien! 'De Tempel der Ziel' las hij en daarboven waren enige tekens aangebracht, die hij niet begreep. Het gebouw was geheel open. Ook dit was een wonderbaarlijk verschijnsel. Hoe kon men een dergelijk gebouw zo optrekken? Naar alle richtingen kon men zien. Alcar ging hem voor en zij traden de tempel der ziel binnen. Waar hij ook zag, overal waren geestelijke wezens. Eenieder droeg zijn eigen gewaad en hij zag, dat ze licht uitstraalden. (...) Hoe kon men zo bouwen? Was dit op aarde bekend? Hield dit met al de sferen verband en waren het de bouwmeesters uit de zevende sfeer, die dit gebouw als het ware innerlijk droegen en in stand hielden? Wonderlijk was het dit te zien. Dit gebouw was als de mens, als de natuur, als alles wat aan gene zijde leefde. Open was alles, zoals iedereen open was, men schouwde in de diepte der ziel.
In deze tempel zal André een beeld ontvangen van het ontstaan van al het leven. Het Ontstaan van het Heelal p. 47-50
Maar ook ik geef je slechts flitsen, hoe het in het begin van de Schepping is geweest. Je daar een algehele verklaring van te geven is niet mogelijk. Er zijn duizenden dingen die reeds boekdelen zouden vullen. Mij gaat het er echter alleen om je een beeld te geven hoe het is geschied en dit beeld zul je ontvangen, zodat de mens op aarde zich een denkbeeld kan vormen hoe het ontstaan van alles geschiedde.'
Eerst wordt André verbonden met verschillende gebeurtenissen uit zijn eigen leven, zodat hij kan aanvaarden dat wat hem getoond wordt werkelijk heeft plaatsgevonden. Het Ontstaan van het Heelal p. 43
Wat was dat? Dit was toch niet mogelijk? Hij zag zichzelf en zijn leider en zij waren op weg naar de Tempel der Ziel. Al dichter naderden zij dit gebouw. Toen zij de tempel waren genaderd, las hij wat voor op het gebouw stond geschreven en hij niet had begrepen. Nu wist hij ineens wat die cijfers betekenden: ‘Mens ken uzelf.’ Daarna traden zij binnen. Mijn God, dacht hij, ook dit ligt vast. Hier leefde hij in de werkelijkheid. Hier trok men de werkelijkheid tot zich en ging men in die werkelijkheid opnieuw over. Wonderlijk was dit alles. Dan hoorde hij Alcar zeggen: ‘Je ziet, André, alles ligt vast. Ook al ligt het duizenden eeuwen terug, alles kunnen wij tot ons trekken en er opnieuw in overgaan. (…) Toen hij ging waarnemen, zag hij zijn ouderlijke woning voor zich. Hij zag zijn moeder en vader en hij herkende de omgeving waar hij geboren was. Hoe ontzaglijk is deze kracht, dacht hij. Ook dit tafereel loste op en er keerde een ander terug. Opnieuw zag hij zijn ouders. Toen hij dit beeld waarEvolutie 23 nam, hoorde hij plotseling kerkmuziek. Wat zou hij thans beleven? Ach, mijn God, hoe kan het, het is niet te geloven. Hij zag dat zijn vader en moeder in de echt werden verbonden. Dit was toch wel een beeld dat hem diep ontroerde. Tranen vloeiden over zijn wangen van ontroering en dankbaarheid. O, hoe machtig was dit gebeuren. Hij hoorde nu een zachte stem in zich zeggen: ‘Zul je nu rustig zijn, André? Ik ga je een ander beeld tonen. Daarvoor heb ik je volle concentratie nodig.’ André concentreerde zich tot rust en wilde zijn leider niet storen, want hoe dankbaar was hij voor dit alles! Opnieuw zag hij zijn moeder en op hetzelfde ogenblik voelde hij een groot wonder in zich komen. Hij was geheel met zijn moeder één en hij voelde de diepe betekenis van dit tafereel. Zijn lieve moeder was in blijde verwachting en het jonge leven dat zij droeg, was hij. Een onverklaarbaar geluk stroomde thans in hem. In zijn moeder lag een groot wonder en haar reine gedachten kwamen in hem. Diep was alles wat hij waarnam en hij moest het aanvaarden. Nu zag hij een ander beeld. Hij zag zichzelf in zijn jeugdjaren. Hij speelde als kind en al deze gebeurtenissen keerden in zijn herinnering terug. Ja, dacht hij, dit is geschied, ik weet het. Hij hoorde opnieuw Alcar zeggen: ‘Zie en neem waar, André.’ Wat hij nu zag was toch wel het wonderbaarlijkste van alles. Naast zich zag hij een dicht waas en in dat dichte waas zag hij iets komen. Daar bouwde zich iets op en hij beefde toen hij begreep wat dit betekende. Hoe is het mogelijk, ook dat nog en hij herkende zijn leider Alcar. In zijn jeugd had Alcar hem reeds gekend. Alcar was steeds zijn beschermengel geweest. Opnieuw zag hij een ander wonder. Voor hem zag hij geestelijke kinderen en die kinderen werden in zijn jeugd tot hem gebracht. Hij zag thans dat Alcar deze kleintjes tot hem voerde en hij als aards kind urenlang speelde met deze geestelijke kinderen. Naast zich zag hij zijn leider. Dan zag hij het beeld dat Alcar met de geesteskinderen heenging. Mijn God, dacht André, hoe groot zijn Uw wonderen. Als kind reeds bezat hij geestelijke gaven en zag hij in de onzichtbare wereld. Ook dat gebeuren lag vast, zoals alles vastlag wat tot het verleden behoorde. Hij was met al zijn gaven op de wereld gekomen, in hem lagen deze geestelijke schatten. Wat voor het wonderkind muziek of andere kunst was, betekende voor hem geestelijke gaven. Nu begreep en voelde hij zichzelf. Als een grote schat lag dat geestelijke bezit in hem en niemand die er iets van wist. Met zijn moeder voelde hij een innige band, zij was een zon in zijn leven geweest en hij voelde als zij. Groots waren deze taferelen. Zijn gehele jeugd ging aan hem voorbij. Wonderbaarlijk is het, dacht hij. Dan vervaagde alles en hoorde hij in zich zeggen: ‘Is het je duidelijk, André, wat de Tempel der Ziel is? Hier kom je tot jezelf, dit is verbinden. Alleen is dit echter mogelijk door de kosmische meesters.
De verbinding wordt tot stand gebracht door de kosmische meesters. 'Meester' is een term die toebehoort aan een geest van het licht die een bepaalde graad van liefde en geestelijke kennis bereikt heeft. Deze kosmische meesters kunnen André verbinden met datgene wat diep in hem aanwezig is. De meesters concentreren zichzelf op het verleden van André, en laten dan André voelen en zien wat zij zelf waarnemen. Zij brengen dus een geestelijke verbinding tussen henzelf en André tot stand, en laten André hierdoor in hun eigen gevoelens en gedachten kijken. Meester Alcar vergelijkt dit doorgeven van gevoelens en gedachten met de geestelijke verbinding tussen moeder en kind tijdens de zwangerschap. Het Ontstaan van het Heelal p. 54-56
Hier zijn wij in één van de zalen van het hoogst afgestemde wezen, het is de zaal van liefde en het bezit van meester Miradis. Deze mentor stelt zijn kracht en persoonlijkheid voor de mens aan deze zijde beschikbaar en helpt hen om zichzelf te leren kennen. Wij zijn thans in zijn eigen leven afgedaald. Diep in zijn leven ligt dit alles. Het is het hart van de mens die op aarde leeft, zoals het kind bij de moeder, nog ongeboren, toch in haar leeft en voelt, wat door het moederbrein wordt gedacht en beleefd. De liefde van de moeder straalt door het jonge leven heen en het jonge leven nog onbewust, beleeft toch al deze krachten en wordt in stand gehouden. Moeder en kind zijn één. Het kind onbewust, zo ik zei, de moeder in blijde verwachting. Als het kind nu zou kunnen spreken, zou het aan de moeder zeggen wat het voelt. En dit wonder, hoe onbegrijpelijk ook, voltrekt zich op aarde, maar de moeder is zich daarvan niet bewust. Toch dringt dit gevoel, al die duizenden gevoelens, tot het dagbewustzijn van de moeder door. Zij is daardoor zeer gevoelig. Al die gevoelens geven aan haar eigen leven een verhoogde afstemming. Ik heb je dit op aarde reeds duidelijk gemaakt. Dit beeld echter, André, is het enige dat ik in je verbeelding en als waarachtig beeld in je wakker kan roepen, wil ik je deze tempeltoestand van mentor Miradis kunnen verklaren. Het is mentor Miradis die ons met ons diepe innerlijk verbindt, omdat hij toestaat in zijn zielewoning af te dalen. Wij zijn hier dus in het heiligste van deze meester, wat hij is en bezit en aan reine liefde draagt.
Het binnentreden van André heeft een bijzondere betekenis en is al tientallen jaren voorbereid door Alcar en zijn meesters. Het Ontstaan van het Heelal p. 56-57
Dit alles is nodig om je een beeld te geven van wat je te wachten staat. Dit moet je voelen, mijn zoon en als dit niet mogelijk is, dan kunnen wij naar de aarde terugkeren. De meesters stellen zich geheel voor ons open. Zij verlangen echter, dat wij gereed zijn en ons hebben voorbereid. Dit nu is voor iedere geest die hier leeft, weggelegd. Ons binnentreden heeft een bijzondere betekenis. Wij zijn hier gekomen met een ander doel en dit doel betreft hen zelf. Zij zijn het die mij, wat je reeds weet, naar de aarde zonden om dit aan de mensheid bekend te maken. En nu is het ogenblik gekomen, dat wij met hen verbonden kunnen worden en dat je de diepte der ziel leert kennen.
Elke geest die geëvolueerd is tot de vierde sfeer van licht kan de tempel der ziel binnentreden om zijn geliefden terug te vinden. Op de eeuwenlange tocht van de mens als aards en geestelijk wezen kan hij immers geliefden uit het oog verloren zijn, die hem zéér dierbaar zijn. De meesters kunnen dan een verbinding tot stand brengen waardoor de geest kan waarnemen waar en in welke toestand zijn geliefden zich bevinden. Deze geliefden kunnen ergens vertoeven in het leven na de dood, of zij kunnen gereïncarneerd zijn op aarde. Het Ontstaan van het Heelal p. 58
Weer gingen zij door nieuwe zalen. Waar André ook kwam, zag hij geestelijke wezens. Hoe mooi waren al deze mensen. 'Wat doen zij, Alcar?' 'Zij wachten op het grote ogenblik en maken zich voor dat wonderlijke gebeuren gereed. Zij mediteren, André, daarna zullen zij zien en beleven. Velen onder hen zullen hun vader en moeder zien die nog op aarde, of aan deze zijde leven. Wanneer wezens elkander uit het oog verliezen, dan kunnen zij hier opnieuw verbonden worden. Waar deze wezens ook zijn, men kan hen hier zien. Al zijn hun wegen voor honderden jaren uiteen gegaan, hier vindt men hen terug en worden zij van dat ogenblik af weer verbonden. Zij volgen die levensfilm en zodoende wordt hun getoond waar ze zijn en in welke toestand zich het wezen bevindt. Als de mens deze hoogte heeft bereikt en hier kan binnengaan en zijn eigen ziel, de tweelingziel die bij hem behoort, opnieuw geboren zou zijn, dus op aarde leeft, dan vindt hij zijn tweelingziel op aarde terug. Wanneer deze ziel, dit leven dus, nog niet geboren is, dan reeds kan men hem met het jonge leven verbinden. (...) Ik kan jou met het verleden verbinden, maar anderen helpen mij. Zo zal het je duidelijk zijn, dat de vader zijn kind en de moeder haar kind, of omgekeerd, terug vindt, maar alleen terug kan vinden door hen, die deze krachten bezitten. Het geschiedt soms, dat ouders of geliefden aan deze zijde komen en hun geliefden die voor hen overgegaan zijn, niet kunnen vinden. Dan is dit in de tempel der ziel mogelijk. Hier weet men waar zich deze zielen bevinden, hier kent en ziet men het doel waarom de ziel op aarde is teruggekeerd.
Wanneer André het gegeven verwerkt heeft dat de meesters zéér ver terug kunnen kijken in zijn en hun eigen verleden, in het verleden van de ziel, is André voldoende voorbereid om terug te gaan naar het ontstaan van de menselijke ziel en al het leven van de kosmos. Het Ontstaan van het Heelal p. 59
Je ziet, André, dat het voor ons mogelijk is, op verschillende wijze in het verleden over te gaan. Op aarde, voordat je zou uittreden, heb ik je met het leven aan deze zijde verbonden en zag je, dat mijn vriend ontwaakte. In een visionaire toestand nam je dit alles waar en je hoorde hem zelf spreken. Ook dat lag dus vast. In mijn woning op aarde liet ik je mijn eigen leven zien en ook daarin ging je over. Dan de belevenissen in deze tempel en straks wat je opnieuw zult beleven. Doch dit, wat je tot nu toe hebt waargenomen en beleefd, toont je aan dat dit mogelijk is. Dit alles dient, dat je het machtige wonder, dat je aanstonds beleven zult, kunt aanvaarden. Ik heb dit dus gedaan met een vast doel, omdat wij weten, dat hetgeen je door de meesters wordt getoond, voor het menselijke gevoel te onbegrijpelijk is. Daarom bereidde ik je voor op het grootse dat je wacht.'
Het Ontstaan van het Heelal p. 62