De Albron
En dan is het ogenblik aangebroken dat de hoogste meesters André verbinden met het allereerste ogenblik waarin zij terug kunnen kijken. Onmiddellijk trad er een diepe duisternis in. Wat zou dit betekenen, dacht André. Hij kon geen hand voor ogen zien. Alcars hand hield hij in de zijne, doch hem waarnemen was niet mogelijk. Toch dacht hij in deze duisternis het diepe blauw te herkennen. Een ontzaglijke stilte trad in. Nog nergens had hij dit gevoeld. Wat betekende deze stilte? Toch voelde hij, dat er leven om hem heen was.
Steeds verder gaan ze met hem terug, totdat hij niet meer kan denken maar alleen voelen. Jozef voelt zich als in een lege ruimte, een ontzagwekkende stilte, het wordt pikzwart rondom hem. Hij voelt zich terug in het niets, maar in dat niets is alles al aanwezig, omdat alles uit dit niets naar voren is getreden. Het Ontstaan van het Heelal p. 66
Niets was er, maar de 'ALBRON' is er toch en van daaruit zal dit machtige gebeuren beginnen. En dan zien wij, hoe al het leven is geboren. (...) Wij mensen zijn ziel, leven en geest geworden en stof. Wij stellen ons eerst in op het zielenleven en hebben dat te beleven en te volgen. Het is waar, wij mensen, dier, bloem en plant zijn leven geworden, maar waardoor en hoe? (...) Van hieruit, door de 'ALBRON' zijn Zon, Maan, de sterren en planeten geboren, ál het leven! (...) Dit is het eerste stadium waarin echter álles leeft en de 'Oerbron' is! Dit hier is de 'Alziel, het Alleven, de Algeest en wil zijn de 'Al-liefde!'
De meesters noemen deze oerenergie de 'Albron', omdat alles uit deze bron geboren is. Ze spreken ook over de 'Alziel', 'God', 'Leven' of 'Wayti'. Al het leven was onzichtbaar in die Albron aanwezig, ook al het zielenleven. Maar de menselijke ziel was nog niet afgesplitst van het andere leven, al het leven was nog één. Wat later mens, dier, natuur, planeet, ster en zon zou worden, was hier nog tezamen als… Leven. Tijdens een lezing zeggen de meesters hierover: Jeus van Moeder Crisje deel 3 p. 340-342
Voor de mens die deze zittingen eerst, deze lezingen eerst nú volgt, moet 'Het Ontstaan van het Heelal' in zich opnemen, die drie boeken. Maar ik neem aan dat ge gereed zijt en nu uzelf, zoals u nu hier op aarde bent, wilt verliezen voor korte tijd en u met alle kracht en macht en gevoel instemt, afstemt, instelt op die bron, waar we de stilte van de ruimte zullen beleven, want daar was er niets anders. De stilte die de mens kan beleven in de diepe zeeën is niets in vergelijking met het gevoelsleven van daar, want élke gedachte, elk timbre zou daar nog geboren moeten worden.
De meesters leggen uit dat het niets ook nu nog in onszelf als mens te beleven is. Als we aan 'niets' denken, niets voelen, niet praten, niet kijken. Als we alleen maar 'zijn'. Dit niets-zijn is echter moeilijker dan het lijkt om het vijf minuten vol te houden. Ons huidige leven is zo gevuld, dat het heel moeilijk wordt om ons 'leeg' te maken. Het boek 'Tussen Leven en Dood' beschrijft een vorig leven van Jozef Rulof als priester in de tempels van het Oude Egypte. De priesters daar volgden een studie van tientallen jaren om zichzelf leeg te denken, om urenlang scherp bewust 'niets' te voelen. Lezingen deel 1 p. 452
U moet niet denken, want wanneer u denkt dan betreedt u reeds het huidige stadium. Dan heeft de wil, de menselijke wil u reeds uit het niets-zijn uitgeschakeld en u moet nu niets zijn, want u bent alles. 'U bent alles', zegt Socrates, zei Christus, 'indien u niets zegt, dan bent u alles.'
Lezingen deel 1 p. 456